« 18.10.2008 » Windenergie ! |
|
|
Windturbines JA , maar op het NIEUWE industrieterrein.
Vlaams Belang Ninove steunt het actiecomité dat zich verzet tegen de bouw van minstens vier windturbines op het indust... |
|
| Lees meer |
|
|
|
Gemeenteraad
Amendementen op wijziging reglement inwendige orde
29.04.2004 • Amendement nr. 1 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 3
De eerste zin van het vierde lid wordt in fine aangevuld met de zinsnede ",hetzij in persoon, hetzij bij post, per fax of per e-post".
Verantwoording
Voorliggend amendement preciseert onder meer dat de indiening van een bijkomend agendapunt per e-post wordt aanvaard.
Amendement nr. 2 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 3
Het vijfde lid wordt geschrapt.
Verantwoording
De uitdrukking "die niet expliciet tot de gemeentelijke bevoegdheid behoren" laat een te ruime interpretatiemarge toe en kan leiden tot een beknotting van het initiatiefrecht van de gemeenteraadsleden. De indiener is van mening dat in uitzonderlijke gevallen de gemeenteraad een standpunt moet kunnen innemen over aangelegenheden die niet (uitsluitend) van gemeentelijk belang zijn. Indien een gemeenteraadslid een verzoek tot toevoeging van een daartoe strekkend punt aan de agenda van de gemeenteraad heeft ingediend, kan de gemeenteraad na een voorafgaande beraadslaging daaromtrent, beslissen het punt niet in behandeling te nemen. Het punt dient echter wel op de agenda van de gemeenteraad te worden geplaatst. In geen geval mag het college zich in de plaats stellen van de gemeenteraad door het punt niet op de agenda van de gemeenteraad te plaatsen en zo een vorm van preventieve censuur toe te passen.
Amendement nr. 3 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 4
In het eerste lid wordt het woord "website" vervangen door het woord "webstek".
Verantwoording
Het verdient aanbeveling de Nederlandse benaming te gebruiken.
Amendement nr. 4 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 6
Het tweede lid van paragraaf 3 wordt geschrapt.
Verantwoording
Het in het door het amendement geschrapte lid bepaalde vloeit reeds voort uit artikel 84 van de Nieuwe Gemeentewet waar sprake is van akten en stukken betreffende het bestuur van de gemeente. Indien een gemeenteraadslid inzage wenst in bestuursdocumenten die niet onder het toepassingsgebied van artikel 84 NGW vallen, spreekt het voor zich dat het betrokken lid net als alle andere burgers een beroep moet doen op de algemeen geldende regelgeving inzake openbaarheid van bestuur in gemeenten. De bepaling is dan ook overbodig. Overigens kan het specifieke inzagerecht van gemeenteraadsleden niet alleen worden ingeroepen voor bestuursdocumenten die uitsluitend betrekking hebben op het gemeentelijk belang, maar ook voor bestuursdocumenten van gemengd belang, d.w.z. documenten waarin het gemeentelijk en algemeen belang nauw met elkaar verweven zijn (bijvoorbeeld dossiers betreffende de afgifte van bouwvergunningen, verkavelingsvergunningen, milieuvergunningen). De eerste zin van het tweede lid van paragraaf 3 van artikel 6, waarin gesteld wordt dat de dossiers in verband met het algemeen belang buiten het inzagerecht vallen, is in dat opzicht dubbelzinnig
Amendement nr. 5 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 6
Het zesde lid van de derde paragraaf wordt vervangen door wat volgt:
"Behoudens toepassing van artikel 12bis mogen gemeenteraadsleden zich bij het uitoefenen van hun inzagerecht en bij de inzage van de dossiers van de gemeenteraad niet laten bijstaan door derden."
Verantwoording
Zoals het zesde lid van de derde paragraaf thans is geredigeerd, is de bepaling in strijd met artikel 12bis van de Nieuwe Gemeentewet. Het bedoelde artikel verleent het raadslid dat wegens een handicap niet zelfstandig zijn mandaat kan vervullen, het recht zich voor de uitoefening van dit mandaat te laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. Het betreft raadsleden die persoonlijke bijstand nodig hebben voor de uitoefening van hun mandaat wegens een zware zintuiglijke handicap, zware spraakmoeilijkheden of een motorische handicap waardoor zij grote moeilijkheden hebben om met documenten om te gaan. Als bewijs dienen zij een attest van de geneesheer voor te leggen (K.B. van 25 februari 1996).
Amendement nr. 6 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 6
Het vierde lid van de vierde paragraaf wordt geschrapt.
Verantwoording
Aangezien gemeenteraadsleden bij de uitoefening van hun mandaat geen immuniteit genieten, is deze bepaling overbodig. De wettelijke bepalingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zijn onverkort van toepassing.
Amendement nr. 7 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 7
Aan artikel 7 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° Het eerste lid wordt vervangen door het volgende: "De gemeenteraadsleden hebben het recht het college van burgemeester en schepenen te interpelleren, alsook aan het college mondelinge en schriftelijke vragen te stellen."
2° Tussen het eerste en het huidige tweede lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende als volgt:
"Bij een interpellatie heeft de interpellant, met uitsluiting van de andere gemeenteraadsleden, her recht om, na het antwoord van een lid van het college, als laatste spreker opnieuw het woord te voeren. Indien tijdens de repliek vragen worden opgeworpen die niet zijn gesteld tijdens de interpellatie, worden ze slechts beantwoord als ze het gevolg zijn van het door het lid van het college verstrekte antwoord."
Verantwoording
Onderhavig amendement beoogt een ordentelijk verloop van de interpellaties te garanderen en legt het principe vast dat de interpellant het laatste woord heeft. In geen geval mag, na beantwoording van de interpellatie door een lid van het college, het woord worden verleend aan of genomen door andere gemeenteraadsleden dan de interpellant.
Amendement nr. 8 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 18
Het derde lid wordt geschrapt.
Verantwoording
In geval van ordeverstoring kan de burgemeester na voorafgaande verwittiging eventueel een gemeenteraadslid het woord ontnemen over het betreffende punt. Het gaat echter te ver aan de burgemeester de bevoegdheid toe te kennen een raadslid uit te sluiten van verdere deelneming aan de vergadering, laat staan hem uit de vergadering te doen verwijderen.
Artikel 98 van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester belast is met de handhaving van de orde in de vergadering en, na een voorafgaande waarschuwing, terstond iedere persoon uit de zaal kan doen verwijderen die op enigerlei wijze wanorde veroorzaakt. Over het toepassinggebied van artikel 98 NGW zegt de zesde editie van het Praktisch handboek voor gemeenterecht het volgende: "Voormeld artikel 98 van de nieuwe gemeentewet is daarentegen niet van toepassing voor de raadsleden. De burgemeester kan derhalve een raadslid dat de orde verstoort niet uit de vergadering verwijderen of tegen dat raadslid proces-verbaal opstellen. Wel kan de voorzitter een raadslid dat de orde verstoort of beledigende taal spreekt tegen een ander raadslid het woord ontnemen en zo nodig tot de orde roepen, al of niet met vermelding ervan in de notulen. Baat dit niet dan rest de voorzitter niets anders dan de zitting te schorsen of ze eventueel zelfs op te heffen." (p. 162).
Amendement nr. 9 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 20
Het tweede lid wordt geschrapt.
Verantwoording
Het is niet duidelijk wat de toegevoegde waarde van dit lid is. Bovendien is het de vraag aan wie de beoordeling van de 'beknopte' en 'hoffelijke' aard van de tussenkomsten van de gemeenteraadsleden toekomt en welke sancties er op de overtreding van dit 'gebod' staan. Onderhavig amendement beoogt de schrapping van deze bepaling.
Amendement nr. 10 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 24
De vijfde paragraaf wordt geschrapt.
Verantwoording
De indiener van onderhavig amendement is het niet eens met deze bepaling die een bijkomende drempel opwerpt voor het indienen van kandidaturen voor de aanduiding van afgevaardigden van de gemeenteraad in raden, intercommunales en commissies. Het is de vraag of de in de bepaling neergelegde bijkomende voorwaarde in het reglement van inwendige orde kan worden gesteld.
Artikel 100, vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet schrijft immers niet voor op welke wijze het geheim van de stemming dient te worden gewaarborgd. Dat de gemeenteraad m.b.t. de geheime stemming kiest voor een bepaalde procedure, mag niet leiden tot het stellen van bijkomende voorwaarden aan het indienen van kandidaturen.
Amendement nr. 11 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 34
Aan artikel 34 wordt een zesde lid toegevoegd, luidende als volgt:
"Op de vergadering van de commissies dienen de leden van het college van burgemeester en schepenen tot wier bevoegdheid de besproken punten behoren, aanwezig te zijn. Indien zij niet aanwezig kunnen zijn, dienen ze zich te laten vervangen door een ambtenaar die technische toelichting kan verstrekken over de betreffende punten of door een ander lid van het college dat deze toelichting kan verstrekken. Punten die hetzij in het geheel niet in de commissies besproken zijn, hetzij in de commissies besproken zijn, maar buiten de aanwezigheid van het bevoegde lid van het college of van een door hem overeenkomstig dit lid aangeduide vervanger, worden op de gemeenteraadszitting niet ter stemming gebracht."
Verantwoording
Dit amendement beoogt te verzekeren dat de gemeenteraadsleden zich niet behoeven uit te spreken over punten waarover zij met onvoldoende kennis van zaken kunnen oordelen omdat een behoorlijke voorafgaande bespreking van die punten in commissie niet mogelijk was wegens de afwezigheid van het bevoegde lid van het college van burgemeester en schepenen. Indien het bevoegde lid van het college zelf niet kan aanwezig zijn, dient hij tijdig een ander lid van het college of een ambtenaar aan te duiden die in zijn plaats de nodige toelichting kan verschaffen. Doet het betrokken collegelid dat niet, dan dient het punt te worden verdaagd naar de volgende gemeenteraadszitting.
Amendement nr. 12 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 34bis
Er wordt artikel 34bis ingevoegd, luidende als volgt:
"Voorafgaand aan de gemeenteraadszitting tijdens dewelke de begroting wordt vastgesteld, wordt het ontwerp van begroting besproken in een verenigde vergadering van alle in artikel 31 bedoelde commissies in aanwezigheid van het voltallige college van burgemeester en schepenen en van de stadsontvanger."
Verantwoording
Thans vindt slechts een voorafgaande bespreking van de begroting plaats in de commissie Financiën. Aangezien de begroting de financiële vertaling is van de door het college gemaakte beleidskeuzes, is het aangewezen de begroting in verenigde commissies te bespreken zodat de leden van het schepencollege toelichting kunnen verschaffen bij die onderdelen van de begroting die tot hun beleidsdomein behoren. Tijdens de verenigde vergadering van de commissies is eveneens de aanwezigheid van de ontvanger wenselijk met betrekking tot de technische aspecten van de begroting. De bespreking van de begroting tijdens de gemeenteraad kan dan beperkt worden tot algemene, politieke beschouwingen over de begroting en fundamentele opmerkingen over de in de begroting vastgelegde beleidskeuzes.
Amendement nr. 13 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 35
Artikel 35 wordt aangevuld met een vijfde lid, luidende als volgt:
"Geen presentiegeld wordt verleend aan gemeenteraadsleden die niet de volledige vergadering van de raad of van de commissie hebben bijgewoond, behoudens de afwezigheid wegens een kort oponthoud of mondelinge opgave staande de vergadering van een gegronde reden voor de laattijdige binnenkomst of het vroegtijdige vertrek. In geen geval wordt presentiegeld verleend aan gemeenteraadsleden die niet minstens de helft van de vergadering hebben bijgewoond, de geheime zitting niet meegerekend."
Verantwoording
Regelmatig wordt vastgesteld dat gemeenteraadsleden presentiegeld opstrijken hoewel zij slechts gedurende een korte tijdsspanne - of wat de commissies betreft zelfs helemaal niet - de vergadering hebben bijgewoond. Onderhavig amendement strekt ertoe aan deze misbruiken paal en perk te stellen.
Amendement nr. 14 op het ontwerp van reglement van inwendige orde van de gemeenteraad
Artikel 36
De laatste zin van het eerste lid van artikel 36 wordt geschrapt.
Verantwoording
Deze bepaling is overbodig aangezien het gebruik van alcoholische dranken tijdens de gemeenteraadszittingen geen gangbare praktijk is.
Werner Somers
Fractieleider
|
|