Initiatieven
Interpellatie infrastructuur Academie voor Muziek, Woord en Dans
Gemeenteraad
24 maart 2003
Naar aanleiding van een doorlichting van de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans die begin dit jaar plaats vond, maakte de Inspectie Deeltijds Kunstonderwijs in haar advies een ernstig voorbehoud met betrekking tot de infrastructuur en de accommodatie van de Academie.
Dit voorbehoud houdt in dat de inrichtende machten van Ninove en Haaltert vóór 31 december 2003 aan de inspectie een beleidsplan moeten voorleggen waarin concrete plannen (uitvoerbaar op korte termijn) worden ontvouwd voor een grondige renovatie of een nieuwbouw volgens de noden van hun kunstonderwijs. Indien aan deze voorwaarde niet voldaan wordt, zal er bij voortgangscontrole een ongunstig advies worden uitgebracht, wat het verlies van de erkenning en de subsidiëring van de Academie kan meebrengen.
De opmerkingen van de inspectie gelden, wat Ninove betreft, met name voor de aan de Oude Kaai gevestigde hoofdschool. Volgens het inspectieverslag lijdt de school reeds jaren onder een volledig onaanvaardbare infrastructurele situatie. Dat er sinds de vorige doorlichting niets veranderde, wordt ronduit schrijnend genoemd. De inspectie stelt dat dit waardevolle kunstonderwijs niet het slachtoffer mag blijven van een gebrek aan visie van de inrichtende overheid. Zij merkt op dat het is alsof de tijd hier een aantal decennia is blijven stilstaan en stelt zich de vraag of er wel ooit een echte visie is geweest. De inspectie wijst erop dat er van geen enkele eigenheid voor hedendaags kunstonderwijs sprake is. "Het dubbel gebruik van de klaslokalen en de quasi nultolerantie m.b.t. het voor kunstonderwijs geschikt maken (en houden) van deze lesruimten leidt tot een stilzwijgend en geduldig aanvaarden van de situatie door de leerkrachten van de academie." We kunnen hier zonder overdrijving spreken van een vernietigend oordeel van de inspectie over de infrastructurele situatie van de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans.
Ook over de accommodatie wordt een vernietigend oordeel uitgebracht. Het feit bijvoorbeeld dat in de klas voor het vak Algemene Muziekcultuur de leerkracht niet over een vaste geluidsinstallatie beschikt, wordt kunstonderwijs onwaardig genoemd.
Het zou ons te ver leiden om alle opmerkingen van de inspectie met betrekking tot de infrastructuur en de accommodatie uitvoerig aan te halen. Het is echter duidelijk dat er dringend maatregelen dienen getroffen te worden om het voortbestaan van de Academie voor Muziek, Woord en Dans veilig te stellen.
Ik had dan ook graag een antwoord gekregen op de volgende vragen:
1. Welk gevolg werd door de Stad gegeven aan de opmerkingen die reeds in het inspectieverslag over de vorige doorlichting gemaakt werden met betrekking tot de onaanvaardbare infrastructurele situatie van de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans?
2. Is volgens het College van Burgemeester en Schepenen het behoud van de hoofdschool van de Academie op de huidige locatie mogelijk? Wat zijn de knelpunten? Zijn er andere opties?
3. Welke concrete stappen werden reeds ondernomen en zullen nog ondernomen worden opdat voldaan wordt aan de voorwaarden van de Inspectie Deeltijds Kunstonderwijs met betrekking tot de infrastructuur van de Academie?
4. Hoe schat het College van Burgemeester en Schepenen de financiële repercussie van de noodzakelijke aanpassingen in?
Werner Somers
Gemeenteraadslid
Categorie: