Initiatieven
Tussenkomst begroting 2003 (vervolg)
Gemeenteraad
12 februari 2003
Geachte collega's, geachte heer burgemeester, geachte schepenen
Iedereen zal het er met mij over eens zijn dat de bespreking van de begroting een van de belangrijkste taken van deze gemeenteraad is. Het is het moment waarop de verschillende behoeften tegenover elkaar worden afgewogen en vervolgens op basis van deze afweging de prioriteiten worden vastgelegd, kortom het moment waarop de krachtlijnen van het beleid voor het komende jaar worden uitgezet. Wanneer we het hebben over de begroting van een stad als Ninove, dan spreken we voor 2003 over in totaal meer dan 37 miljoen euro aan uitgaven of anderhalf miljard oude Belgische franken. Ik vind dat de manier waarop de begroting dit jaar - en trouwens ook vorig jaar - in Ninove wordt behandeld, nogal weinig om het lijf heeft. De begroting was immers slechts een van de zestien punten op de agenda van de maandelijkse commissie financiën. In een zichzelf respecterende stad van de schaal van Ninove wordt minstens één vergadering in verenigde commissies exclusief aan de opmaak van de begroting gewijd waarop alle schepenen toelichting verschaffen over dat gedeelte van de begroting dat op hun bevoegdheden betrekking heeft en waarop de stadsontvanger aanwezig is om op vragen van eerder technische aard te antwoorden. In Ninove moet men het stellen met een samenvatting van slechts enkele minuten door de schepen van Financiën in de commissie Financiën en daarmee is de kous af. Ik hoop dan ook dat we volgend jaar de begroting op een meer gestructureerde en systematische manier in verenigde commissies kunnen behandelen.
Bij het uitpluizen van de begroting zijn er een aantal zaken die in het bijzonder mijn aandacht hebben gewekt. U weet dat het dossier van der heraanleg van de omgeving van de abdijkerk mij ten zeerste interesseert. U zal het mij dan ook niet kwalijk nemen hierbij na de lectuur van de begroting 2003 een aantal kanttekeningen te plaatsen. Ik blijf overtuigd van de meerwaarde die de inrichting van de abdijsite tot archeologisch park voor onze stad kan betekenen en van de noodzaak van de aanleg van de parking naast de abdijkerk, een parking die zijn nut zal bewijzen voor zowel de kerkgangers als voor de handelaars van Stations- en Biezenstraat en de omwonenden. Ik stel vast dat de meerderheid en in het bijzonder de VLD te pas en te onpas triomfberichten de wereld insturen waaruit zou moeten blijken dat aanleg van het park en van de parking voor zeer binnenkort is. Ik vind dat nogal bedenkelijk. Zo las ik in een bericht van enkele maanden geleden in Het Laatste Nieuws dat het archeologisch park tegen de volgende Open Monumentendagen moet toegankelijk zijn voor het publiek. Er zou weldra een groene oase verrijzen op wat in het artikel met recht en reden het lelijkste plekje van het centrum genoemd wordt. Een gelijkaardige tijding stond in Het Nieuwsblad te lezen. En natuurlijk mocht ook de Bedrogen Burger-krant niet ontbreken, waarin dit jaar maar liefst twee artikels van de hand van collega D'Hertoghe verschenen waarin ons, waarschijnlijk bedoeld als sprookje voor het slapen gaan, werd voorgespiegeld welke prachtige dingen er binnenkort in de omgeving van de abdijkerk zouden tevoorschijn getoverd worden. Onder de vorige bestuursperiode, zo merkt hij - overigens terecht - op, werden de opgravingen verwaarloosd, zodat de opgravingen er momenteel troosteloos bijliggen. Dit opmerken is één zaak, maar dan moet men er ook voor zorgen dat men het beter doet en daar heb ik toch nogal mijn twijfels over. Ook wat de parking betreft, worden er hoera-berichten verspreid. In het reeds genoemde artikel in Het Nieuwsblad van een tweetal maanden geleden zegt schepen van Patrimonium Van Eeckhout "We wachten enkel nog op de bouwvergunning en dan maken we onmiddellijk werk van de aanleg van de parking." In de begroting voor 2003 is er echter 0,0 euro voorzien hiervoor. Als ik het goed begrepen heb, komt er dus geen abdijparking in 2003 en dit terwijl het archeologisch park en de parking reeds dit jaar hadden moeten gerealiseerd zijn! Deze gemeenteraad heeft immers in september 2001 op mevrouw Steyaert na unaniem een globale visie op de heraanleg van de omgeving van de abdijkerk goedgekeurd, waarbij een financieel meerjarenplan was gevoegd. Die globale visie diende goedgekeurd te worden omdat tot twee maal toe een bouwvergunning voor de parking werd geweigerd omwille van het ontbreken van een dergelijke visie. De meerderheid diepte vervolgens een vier jaar oude visienota van de werkgroep abdijsite op, die na wijziging van punten en komma's tot globale visie werd uitgeroepen, ondanks het feit dat schepen Van Eeckhout enkele maanden voordien in een antwoord op een door mij gehouden interpellatie had gesteld dat die tekst geen globale visie was, maar slechts een aantal vragen en suggesties bevatte. Hiermee geconfronteerd toverde schepen Van Eeckhout het argument uit zijn hoed dat men zoveel plannen en visies kon ontwikkelen als men wilde, maar dat de toegevoegde waarde van het gemeenteraadsbesluit van september 2001 erin bestond dat het stadsbestuur zich voor de komende jaren tot concrete financiële inspanningen verbond.
Ik heb mij de moeite getroost om deze meerjarenplanning nog eens ter hand te nemen. Ik stel vast dat er voor de jaren 2001 tot en met 2002 reeds sprake is van een onderinvestering van meer dan 25 miljoen oude Belgische franken. Het miljoen frank dat in de begroting 2001 stond ingeschreven voor de consolidering en restauratie van de site werd niet gebruikt, hoewel Schepen Van Eeckhout ons bij de bespreking van de globale visie plechtig meedeelde dat "nog dit jaar (2001) de restauratie van de site naast de abdijkerk zou beginnen". In 2002 zou volgens de Schepen de rest van de consolidering en de aanleg van het archeologisch park plaats vinden, alsook de aanleg van de parking. Daarvoor voorziet de financiële meerjarenplanning in totaal maar liefst 16 miljoen frank. In werkelijkheid werd er voor de aanleg van de site in de begroting 2002 5 miljoen frank ingeschreven, een krediet dat niet gebruikt werd, terwijl er in dezelfde begroting voor de aanleg van de parking i.p.v. 10 miljoen frank slechts een bedrag van één miljoen frank voor studiekosten ingeschreven stond. Voor 2003 zou er eveneens 16 miljoen frank in de heraanleg van de omgeving van de abdijkerk geïnvesteerd worden, namelijk voor de inrichting van de toegang van het archeologisch park en voor de groenaanleg tussen het archeologisch park en de parking. Er is in de begroting 2003 echter slechts een bedrag voorzien van 105.000 euro of 4,2 miljoen frank voor de aanleg van het archeologisch park, terwijl dat park reeds in 2002 had moeten aangelegd worden.
Ik heb dan ook de volgende concrete vragen:
· Wat is nog de waarde van het financiële meerjarenplan dat tijdens de gemeenteraad van september 2001 goedgekeurd werd? Blijft men erbij dat het archeologisch park, de parking naast de abdijkerk en het abdijmuseum in de loop van 2004 een feit zal zijn?
· Werd de aanleg van de parking definitief afgesteld? Waarom is er hiervoor geen geld voorzien in de begroting? Hoe zit het overigens met de stedenbouwkundige vergunning voor deze parking?
· Acht u het realistisch dat de site voor het publiek toegankelijk zal zijn tegen de volgende Open Monumentendagen?
Vragen heb ik eveneens bij de geplande investeringen in de aanleg van fietspaden. In de begroting is een bedrag voorzien van 49.000 euro voor de aanleg van fietspaden langs gewestwegen. Het gemeentelijk aandeel in deze investering bedraagt 9.800 euro. In tegenstelling tot de begroting 2002 is er niets voorzien voor de aanleg van fietsrelatieverbindingen. In antwoord op een interpellatie die ik in verband met de fietsvoorzieningen hield tijdens de gemeenteraadszitting van mei 2002 zei Schepen Casteur dat er per jaar ongeveer 2,75 miljoen euro nodig is, wil men alle fietspaden in Ninove en deelgemeenten realiseren. Dit is een gigantisch bedrag en ik heb er dan ook alle begrip voor dat zulks gelet op de financiële toestand van de gemeente geen haalbare kaart is. Tussen 2,75 miljoen euro en 49.000 euro gaapt er echter een enorme kloof. Een eigen inspanning van de gemeente van amper 9.800 euro of nog geen 400.000 frank is toch een zeer mager beestje. Temeer daar Schepen Casteur eveneens in zijn antwoord op mijn interpellatie in de maand mei meedeelde dat het mobiliteitsplan heel wat initiatieven zal bevatten voor primaire fietspaden tussen de deelgemeenten en secundaire als verbinding tussen deze primaire assen. Overigens werd toen in het vooruitzicht gesteld dat het mobiliteitsplan nog dit jaar door de gemeenteraad zou kunnen worden besproken worden.
Een tweede opmerking in verband met openbare werken betreft de aanleg van de ontsluitingsweg Fabriekstraat-Tramstatie, voorzien in het BPA Burchtdam. (Door de gemeenteraad werd in 1998 een principiële beslissing genomen. Het krediet dat in de nog door de vorige bestuursploeg opgemaakte begroting voor 2001 werd voorzien, werd geschrapt van het investeringsprogramma). De aanleg wordt door het huidige CBS niet langer als prioritair beschouwd. De vraag is of dit een verantwoorde houding is. Ik denk aan de problematiek van het transport van tonnen chemische en brandbare producten door de binnenstad met alle mogelijke gevaren van dien. Dit is een probleem dat toch om een oplossing vraagt, temeer daar het kleine brugje niet berekend is voor vrachtwagens en fietsers en voetgangers blootgesteld worden aan ernstige risico's. Er kan ook nog verwezen worden naar de aanwezigheid van een lagere school. Hoe ziet men overigens de toekomst van de bedrijven in kwestie (Fabelta, Berry Yarns en New Paraphane)?
Nog in verband met openbare werken stel ik vast dat er zeer sterk gesnoeid wordt in de uitgaven voor het onderhoud van buurtwegen en landbouwwegen en voor het herstel van voetpaden en opritten, betonverharding en KWS. Graag enige duiding hierbij. Zal het onderhoud van de infrastructuur hieronder niet al te zeer lijden?
Tot mijn tevredenheid stel ik vast dat er eindelijk geld wordt voorzien voor de aanpassing van de speelpleinen. De toestand waarin de stedelijke speelpleinen zich bevinden, is werkelijk schrijnend te noemen. Ik hoop dan ook dat er tot een spoedige sanering wordt overgegaan en dat de speelpleinen en de speeltuigen in de toekomst beter zullen onderhouden worden. Men beschikt reeds bijna een jaar over een rapport van een studiebureau waarin staat wat er dient te gebeuren en in welke opzichten de speelterreinen niet voldoen aan de Koninklijke Besluiten van 28 maart 2001 betreffende de veiligheid van speeltoestellen en de uitbating van speeltoestellen. Er werd met dat rapport echter nauwelijks iets aangevangen. Niet alleen werden de defecte of half vernielde toestellen niet hersteld of vervangen, bovendien liet men na een aantal toestellen buiten werking te stellen omwille van het gevaar dat zij opleveren voor spelende kinderen, ondanks het uitdrukkelijke advies in het rapport. Ik denk daarbij onder meer aan de attractie van een wipplank, waarbij één van de banden in een put van een halve meter diep stoot. Een aantal speelterreinen ligt er bovendien ronduit smerig bij, bijvoorbeeld de speelterreinen in de wijk Roslaer en in de Abdijstraat. Ik hoop dat er voortaan krachtig opgetreden zal worden tegen het sluikstorten en het vandalisme die er schering en inslag zijn. Snel ingrijpen en een voorbeeld stellen, is hier aangewezen, om te vermijden dat de verloedering van kwaad tot erger gaat. Zoniet kan men maar beter deze speelterreinen sluiten en is elke euro die men investeert, weggegooid geld. Een of andere vorm van toezicht dringt zich op, ook om ervoor te zorgen dat de speeltoestellen effectief gebruikt kunnen worden door de allerkleinsten voor wie ze bedoeld zijn en dat de speelterreinen geen rondhangplaatsen worden voor adolescenten.
Ik heb tenslotte nog twee vragen voor Schepen van Sport en Sociale Zaken Corijn. Een eerste vraag betreft de suggestie van een aantal sporters om op een gerooid perceel naast de atletiekpiste een zogenaamde Finse piste aan te leggen. In een artikel in Het Volk van 15 november 2002 komt een bekende uit het Ninoofse sportmilieu aan het woord die zegt dat zowel de Ninoofse sportdienst als de burgemeester de zaak genegen zijn. Heeft deze man het bij het rechte eind? Waarom wordt er dan geen geld voorzien voor de aanleg van de Finse piste? Plant men de aanleg misschien voor een volgend dienstjaar?
Een tweede vraag aan het adres van meneer Corijn betreft zijn belofte om aan deze gemeenteraad een plan voor te leggen dat een systematische inventaris bevat van de verschillende gemeentelijke sociale tegemoetkomingen, waarin tevens wordt aangegeven in hoeverre deze hun doel bereiken, of de voorwaarden niet te streng geformuleerd zijn en of het bedrag van de tegemoetkoming niet dient aangepast te worden. Wanneer mogen wij dat plan verwachten?
Werner Somers
Gemeenteraadslid
Categorie: