Initiatieven
Tussenkomst meerjarenplan OCMW
Gemeenteraad
12 februari 2003
Geachte collega’s, geachte heer OCMW-voorzitter,
Eenheid van lokaal sociaal beleid
Een eerste reeks bedenkingen bij dit meerjarenplan heeft betrekking op het feit dat dit plan geen rekening lijkt te houden met de hervorming van het bestuurlijke kader waarbinnen het OCMW de volgende jaren zal moeten functioneren. Het denkwerk over de kerntaken van het OCMW en over de toekomstige verhouding tussen gemeente en OCMW bevindt zich op Vlaams vlak immers in een laatste fase. Het is nu al duidelijk dat het OCMW in zijn huidige gedaante binnen afzienbare tijd zal ophouden te bestaan en dat er zal afgestapt worden van de huidige bipolaire structuur van het lokale sociale beleid waarbij zowel de gemeente als het OCMW welzijnstaken uitvoeren. In een advies van begin augustus kiest de gezaghebbende Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur, wat de middellange termijn betreft, resoluut voor een splitsing van beleidsbepaling en beleidsuitvoering, waarbij het strategisch beleid wordt uitgestippeld door de gemeenteraad als democratisch verkozen orgaan en de Raad van Bestuur van het OCMW binnen de perken van de beheersovereenkomst tussen gemeente en OCMW verantwoordelijk is voor de uitvoering ervan. Men wil zo komen tot één strategisch sociaal beleid en tot één zogenaamd tactisch en operationeel aanspreekpunt voor alle sociale dienstverlening, namelijk het OCMW in de vorm van het Sociaal Huis. Men vat het OCMW op als een extern verzelfstandigde gemeentelijke organisatie. Het doel van de voorgestelde hervorming is te komen tot een integrale benadering van het lokale sociaal beleid.
Het lijdt geen twijfel dat de door de Hoge Raad ontwikkelde denkpiste door de Vlaamse overheid zal overgenomen worden. Dat blijkt uit het ontwerp van kaderdecreet betreffende het lokaal sociaal beleid dat door de Vlaamse ministerraad werd goedgekeurd op 19 juli 2002. De krachtlijnen van het ontwerpdecreet komen eveneens neer op een verregaande integratie van gemeente en OCMW. Zo legt dit decreet, overeenkomstig het advies van de Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur op korte termijn, het lokaal bestuur de verplichting op één lokaal sociaal beleidsplan op te stellen dat onder meer omvat een geïntegreerde visie op het lokaal sociaal beleid en een meerjarenplan met betrekking tot de gewenste acties en de inzet van lokale middelen. Voor de eerste maal zou het lokaal sociaal beleidsplan in 2005 moeten goedgekeurd worden voor een periode van twee jaar. De vraag is dan ook of het zin heeft hier vandaag door de gemeenteraad een meerjarenplan te laten goedkeuren dat betrekking heeft op de periode tot en met 2008. In feite zou het meerjarenplan zich moeten beperken tot de jaren 2003 tot en met 2005. Bovendien vangt er in 2007 een nieuwe gemeentelijke legislatuur aan en is het altijd mogelijk dat de inzichten van de nieuwe meerderheid niet dezelfde zijn als die van de huidige.
Er is in dit meerjarenplan geen aanzet te vinden van een globale benadering van het lokale sociale beleid. Men lijkt uit te gaan van de onveranderlijkheid der dingen en gevangen te zitten in de logica van de bestaande bipolaire structuur. Het meerjarenplan van het OCMW wordt als een ding an sich besproken zonder enige koppeling met de welzijnstaken die de gemeente op zich neemt. Van de uittekening van een coherent globaal sociaal beleid op lokaal vlak is geen sprake. Ook van het in het beleidsplan van het OCMW voor deze legislatuur geformuleerde voorstel om alle gemeentelijke welzijnstaken en activiteiten onder te brengen bij het OCMW vind ik in het meerjarenplan geen spoor terug.
Sociaal Huis
Een tweede reeks bedenkingen betreft de manier waarop het concept van het Sociaal Huis in het tweede hoofdstuk van het meerjarenplan wordt ingevuld. In een gezamenlijke nota aan de Vlaamse regering van de ministers die bevoegd zijn voor respectievelijk Binnenlandse Aangelegenheden en Welzijn, wordt benadrukt dat het Sociaal Huis dient te kaderen in een globale visie op het lokale sociale beleid binnen de gemeente. Opnieuw moeten we vaststellen dat deze dimensie ontbreekt. De realisatie van een Sociaal Huis dient volgens het ontwerpdecreet betreffende het lokaal sociaal beleid een geïntegreerde dienstverlening op dezelfde locatie te omvatten, aangeboden via een gezamenlijk loket. Er wordt uitdrukkelijk gesteld dat het moet gaan om de sociale dienstverlening van het OCMW én de gemeente. Het ontwerpdecreet bepaalt ten andere niet dat het Sociaal Huis door het OCMW moet gerealiseerd worden, maar door het “lokaal bestuur”, dit wil zeggen door gemeente én OCMW samen.
Als ik lees wat er in het meerjarenplan over het Sociaal Huis staat geschreven, kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat de éénloketfunctie die men wil verwezenlijken, slechts slaat op de eigen dienstverlening van het OCMW. Dat blijkt onder meer uit het feit dat het doel van het Sociaal Huis in het meerjarenplan omschreven wordt als het streven van het OCMW haar dienstverlening bekend te maken bij een zo ruim mogelijk publiek en ze toegankelijk te maken voor iedereen die daar nood aan heeft. Het blijkt ook uit het feit dat men het heeft over de invoering van een informatieloket als het centrale aanspreekpunt van het OCMW en dus niet als het centrale aanspreekpunt voor het volledige lokale sociale beleid.
n het Vlaams regeerakkoord wordt daarentegen gesproken van het ene loket, “waar elke burger terecht kan voor alle administratieve en sociale dossiers, premies, uitkeringen en tegemoetkomingen. De benadering van het meerjarenplan is veel restrictiever. De centralisatie van het volledige aanbod van lokale sociale dienstverlening in één Sociaal Huis kan volgens de memorie van toelichting bij het ontwerpdecreet betreffende het lokaal sociaal beleid weliswaar gefaseerd verlopen, maar is het perspectief dat op middellange termijn door de decreetgever wordt opgelegd. De memorie heeft het verder over het samenbrengen van personeel van gemeente en OCMW om te komen tot een meer efficiënte inzet van middelen.
Hoewel het meerjarenplan zich uitstrekt tot en met 2008, is het perspectief van een Sociaal Huis als enig operationeel aanspreekpunt voor alle sociale dienstverlening van het lokaal bestuur afwezig. De hulpvragende burger zal zich nog steeds voor een aantal sociale aangelegenheden – ik denk bijvoorbeeld aan pensioenaanvragen en aanvragen voor tegemoetkomingen voor bejaarden en gehandicapten – naar het Stadhuis moeten begeven. Bovendien wordt een andere doelstelling van het Sociaal Huis op die manier niet bereikt, namelijk de drempelverlagende werking. Wie naar het OCMW gaat, wordt immers nog steeds gestigmatiseerd als een arme. Dat men het OCMW Sociaal Huis noemt, zal daaraan op zich weinig veranderen. Door de sociale dienstverlening van gemeente en OCMW in het Sociaal Huis samen te brengen, zou men daarentegen een meer sociaal gemengd publiek over de vloer krijgen.
Armoede
Wat tenslotte de armoedebestrijding betreft, betreur ik het dat er weliswaar een aantal uitgangspunten worden geformuleerd, maar dat er niet wordt verteld hoe men de betrokken doelgroep wil bereiken. Het gaat hier voornamelijk over het probleem van de onbekende of verborgen armoede. Het is jammer dat er in het meerjarenplan niets staat over een actieve opsporing van de armoede, bijvoorbeeld door beroep te doen op een netwerk van wijkagenten, postbodes e.d.m. die armoedesituaties kunnen signaleren.
Werner Somers
Gemeenteraadslid
Categorie: