« 18.10.2008 » Windenergie ! |
|
|
Windturbines JA , maar op het NIEUWE industrieterrein.
Vlaams Belang Ninove steunt het actiecomité dat zich verzet tegen de bouw van minstens vier windturbines op het indust... |
|
| Lees meer |
|
|
|
Gemeenteraad
Initiatieven viering 700 jaar Guldensporenslag
12.02.2003 • Interpellatie betreffende de viering van de zevenhonderdste verjaardag van de Guldensporenslag in onze Stad.
Dit jaar zal het precies 700 jaar geleden zijn dat op 11 juli 1302 op de Groeningekouter, bij Kortrijk, een Frans ridderleger werd verslagen door het leger van de Vlaamse gemeenten en ambachten. Het is tegenwoordig in politiek correcte middens bon ton om meewarig en schouderophalend te doen over de zogenaamde Guldensporenslag. Volgens deze “revisionisten” zou de Guldensporenslag niet veel meer zijn dan een totaal onbelangrijke gebeurtenis die door de negentiende-eeuwse romantici als Hendrik Conscience tot mythologische proporties werd opgeblazen. Deze visie past perfect in het kraam van de losgeslagen weg-met-ons-mentaliteit die elk bewustzijn van de eigen identiteit en elk besef van het gemeenschappelijke verleden ziet als een bedreiging voor de totstandkoming van Multikultopia.
Men kan natuurlijk aanvoeren dat de grenzen van het middeleeuwse graafschap niet samenvallen met Vlaanderen in zijn huidige betekenis. De anti-identiteitsmaffia zal ongetwijfeld met genoegen wijzen op het feit dat er enkele Waalse ridders meevochten in het Vlaamse kamp of op andere details die de mythe van de Guldensporenslag geacht worden te weerleggen. Het is echter onmiskenbaar dat de Slag bij Kortrijk een nationale bevrijdingsstrijd was, een strijd tegen vreemde overheersing en voor het behoud van de vrijheden en de zelfstandigheid van Vlaanderen. Natuurlijk bestond er destijds nog geen Vlaams nationaal gevoel zoals vandaag, maar een latent besef van de Vlaamse eigenheid was reeds aanwezig ten tijde van de Guldensporenslag. Dat is niet verwonderlijk, aangezien op dat ogenblik het graafschap Vlaanderen reeds bijna vijf eeuwen bestond als zelfstandige politieke entiteit. Er was in onze gewesten overigens ook een bepaald “Nederlands” gevoel aanwezig, het gevoel te behoren tot de Lage Landen, een ruimte die Duits noch Frans was. Een Engelse kroniek uit die tijd zegt bijvoorbeeld over de Vlamingen dat zij liever voor het behoud van de vaderlandse wetten in vrijheid wilden sterven, dan nog langer in de verknechting te leven. In een keure uit 1302 bedankt Jan van Namen, een zoon van de Vlaamse graaf, de Bruggelingen omdat zij zich hebben ingezet “om terug te winnen onze heer onze vader, hun rechte landsheer, en om de vrijheden van de voornoemde stede en van al den lande van Vlaanderen te behouden”.
De Guldensporenslag was allerminst de onbelangrijke gebeurtenis waartoe sommigen hem willen herleiden. Het was een keerpunt in de militaire geschiedenis van West-Europa. Een uitsluitend uit voetvolk bestaand Vlaams leger hakte het Franse ridderleger in de pan dat als het mooiste ridderleger van West-Europa werd beschouwd. Kroniekschrijvers uit die tijd spraken van een buitengewone gebeurtenis en van een onmogelijk geachte zege. In de decennia die op de Guldensporenslag volgen, zullen ondermeer de Schotten, Zwitsers en Friezen er eveneens in slagen om met een voetleger ridderlegers te verslaan door de Slag bij Kortrijk te kopiëren. De Guldensporenslag luidde tevens een democratisering in, in die zin dat de ambachten medezeggenschap kregen in het bestuur en in de rechtspraak. De Guldensporenslag was echter voor alles een politieke revolutie: Het zal de Franse koning nooit meer lukken om Vlaanderen bij het kroondomein in te lijven.
Belangrijker dan de historische realiteit en dan het onderscheid tussen Dichtung en Wahrheit is echter het feit dat de Guldensporenslag steeds een sterke symbolische waarde heeft gehad voor de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Uit mythes en symbolen putten volkeren vaak hun levenskracht. De Guldensporenslag heeft zich een plaats veroverd in het Vlaamse collectieve geheugen. Het zou dan ook niet meer dan logisch zijn dat de Stad een extra inspanning levert om de zevenhonderdste verjaardag van deze gebeurtenis op een passende wijze te herdenken.
Vragen
1. Zal onze stad, net zoals zovele andere gemeenten in Vlaanderen, deze zevenhonderdste verjaardag speciaal herdenken?
2. Indien het antwoord van het College van Burgemeester en Schepenen op deze vraag bevestigend is, had ik graag het antwoord op de volgende vragen vernomen:
a) Waarin zal deze viering juist bestaan en hoever staat het College met de planning en voorbereiding ervan?
b) Zal er voor deze viering een budget vrijgemaakt worden? Waar zal het College de nodige financiële middelen vandaan halen?
c) Werd er reeds een subsidieaanvraag ingediend bij de Vlaamse regering die voor de stimulering van gemeentelijke initiatieven in het kader van de Vlaamse feestdag dit jaar meer dan 2 miljoen euro vrijmaakt?
d) Op welke manier zal het College de bevolking op de hoogte brengen van deze viering?
3. Indien het antwoord op de vraag sub 1 ontkennend is, waarom vindt het College het dan niet de moeite de zevenhonderdste verjaardag van deze belangrijke historische gebeurtenis op gepaste wijze te herdenken?
Werner Somers
Gemeenteraadslid
|
|