Initiatieven

Interpellatie tentoonstelling genocide en deportatie

Gemeenteraad
29 april 2010

Geachte collega’s, geachte heer schepen,

 

Ik verneem dat er volgend jaar tijdens de eerste helft van de meimaand in CC De Plomblom een tentoonstelling zal plaatsvinden onder de benaming “Dit nooit meer?! Deportatie en genocide”. Deze tentoonstelling werd uitgewerkt door het IV-NIOOO (Instituut voor Veteranen – Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden, Oud-Strijders en Oorlogsslachtoffers).  Op de webstek van het NI-VIOOO lees ik dat het gaat om ‘een onthutsende tentoonstelling over de concentratiekampen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog’. Het is een goede zaak dat de herinnering aan de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog wordt levendig gehouden en  aan de jongere generaties wordt doorgegeven. Het belang van een goede kennis van de geschiedenis kan niet genoeg benadrukt worden.  Het is blijkbaar de bedoeling dat o.a. leerlingen van de tweede en derde graad van het secundair onderwijs de tentoonstelling zouden bezoeken. Op zich is dat een uitstekend initiatief, op voorwaarde evenwel dat men een eenzijdige voorstelling van zaken vermijdt. Ik zou daarom een aantal kanttekeningen bij het project willen plaatsen.

 

Als men een tentoonstelling organiseert over genocide, zou men dat thema bij voorkeur binnen een breder perspectief moeten kaderen. De Holocaust of judeocide was geen alleenstaand feit. Het was niet de eerste en het was evenmin de laatste genocide. Ik hoef hier slechts te verwijzen naar de Armeense genocide, de Holodomor of Oekraïense holocaust, of naar meer recente genocides in Centraal-Afrika en naar wat zich enkele jaren geleden dichter bij huis heeft afgespeeld in Ex-Joegoslavië. Er is ook de verdrijving van 14 miljoen Duitsers na de Tweede Wereldoorlog bij wijze van collectieve straf. Het fenomeen genocide is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de twintigste eeuw.   De prille geschiedenis van de eenentwintigste eeuw stemt evenmin tot overdreven optimisme. Zie bijvoorbeeld wat zich momenteel afspeelt in Darfoer in Soedan.

 

Aangezien de tentoonstelling gaat over de concentratiekampen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, zou men in ieder geval niet alleen aandacht moeten besteden aan de gruwelkampen  onder het nationaal-socialistisch bewind, maar ook aan het kampensysteem in de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, dat reeds jaren operationeel was voordat Hitler in Duitsland aan de macht kwam. De eerste kampen in de Sovjetunie openden reeds de deuren in 1918. In 1929 werd besloten tot de oprichting van de Goelag, waarmee een volledig georganiseerde kampenstructuur tot stand kwam. Volgens de beschikbare statistieken en bevestigd door Russische veiligheidsfunctionarissen zouden tijdens de periode 1929-1953 in totaal ongeveer 18 miljoen mensen door de kampen van de Goelag gegaan zijn, buitenlanders en krijgsgevangenen niet meegerekend. Ongeveer drie miljoen mensen kwamen om in de Goelag. Dit is een onderschatting want vaak werden mensen nog vlug ontslagen als ze stervende waren. Bovendien zijn nog niet alle archieven vrijgegeven. Ook degenen die stierven tijdens het transport naar de kampen zijn in dit getal niet inbegrepen.

 

Het feit dat men het verhaal van de tentoonstelling laat beginnen in 1933, doet vermoeden dat de sovjetkampen niet aan bod zullen komen. Dat is een gemiste kans, want alles bij elkaar kunnen de misdaden van het communisme wedijveren met die van het nationaal-socialisme. Terwijl de misdrijven onder het nationaal-socialistische bewind in totaal ongeveer 25 miljoen mensen betreffen, hebben de communistische regimes misdrijven gepleegd die ongeveer 100 miljoen mensen betreffen. Alleen al wat de Sovjetunie betreft, kan de volgende onvolledige opsomming gegeven worden:

 

-         de afslachting, zonder vorm van proces, van honderdduizenden opstandige arbeiders en boeren tussen 1918 en 1922;

-         de moord op tienduizenden personen in de concentratiekampen tussen 1918 en 1930;

-         de liquidatie van bijna 700.000 personen tijdens de Grote Zuivering van 1937-1938;

-         de deportatie van twee miljoen koelakken in 1930-1932;

-         de Holodomor of ‘dood door honger’, m.a.w. de vernietiging door teweeggebrachte honger van zes miljoen Oekraïners in 1932-1933;

-         de deportatie van honderdduizenden Polen, Oekraïners, Balten, Moldaviërs en Bessarabiërs in 1939-1941, en vervolgens in 1944-1945;

-         de deportatie van de Volga-Duitsers in 1941;

-         de deportatie van de Krim-Tataren in 1943;

-         de deportatie van de Tsjetsjenen in 1944;

-         de deportatie van de Ingoesjen in 1944.

 

Ik zou hier ook nog de verkrachting van ongeveer 2 miljoen Duitse vrouwen door soldaten van het Rode Leger in de eerste maanden na het einde van de Tweede Wereldoorlog kunnen aan toevoegen. Verre van de nazimisdaden goed te willen praten, kan niet geloochend worden dat niet alleen de nazi’s oorlogsmisdaden hebben begaan. 

 

Het klassentotalitarisme van het communisme en het rassentotalitarisme van het nationaal-socialisme vertonen trouwens opvallende gelijkenissen. In beide gevallen wil men bepaalde groepen in de maatschappij definitief uitschakelen, en wordt een deel van de mensheid het bestaansrecht ontzegd. Het gaat in beide gevallen om de uitroeiing, om politiek-ideologische redenen, niet van individuen of beperkte groepen tegenstanders, maar van grote gedeelten van de maatschappij. Doel van de terreur is een groep uit te roeien die is gebrandmerkt als vijand.

 

Doordat de Sovjetunie een belangrijke bijdrage leverde aan de overwinning op het Duitse nationaal-socialisme, dat tot Absoluut Kwaad verheven werd, was het lange tijd taboe om erop te wijzen dat het Sovjetregime er soortgelijke genocidaire praktijken op nahield als de verslagen vijand. Elke kritiek werd toegedekt met de mantel der antifascistische liefde. Door zijn deelname aan de strijd tegen het Absolute Kwaad plaatste het communisme zich als het ware vanzelf in het kamp van het Goede. In het door de Engelsen en Amerikanen bevrijde deel van Europa was men dankbaar jegens het Rode Leger omdat men er de bezetting niet had moeten van ondergaan, terwijl men zich tegelijk schuldig voelde omdat de Sovjetvolkeren zo’n grote tol hadden moeten betalen in de strijd tegen nazi-Duitsland. Men ging voorbij aan het feit dat terwijl in West-Europa de democratie triomfeerde, het einde van de oorlog helemaal geen bevrijding betekende voor de Polen, Hongaren, Tsjechen, Slowaken enz. De ene dictatuur werd er vervangen door de andere, de beulen van Hitler werden er vervangen door die van Stalin. In zekere zin duurde de Tweede Wereldoorlog in Midden- en Oost-Europa tot 1989 met de val van de Muur.

 

Terwijl het nationaal-socialisme verslagen werd in 1945, de misdaden ervan officieel werden aangeduid en de daders gestraft werden, telt het communisme op vandaag wereldwijd nog steeds miljoenen aanhangers en zitten communistische regimes in landen als China en Noord-Korea nog steeds stevig in het zadel.

 

Tenslotte zou het goed zijn als in de tentoonstelling ook de nodige aandacht zou besteed worden aan de  repressiekampen zoals het Hechteniskamp Lokeren of Breendonk II. Deze kampen waren vaak regelrechte folterkampen waarin tienduizenden mensen soms maandenlang vertoefden zonder de reden van hun arrestatie te kennen. Met name de wreedheden die werden begaan in Breendonk II moesten zeker niet onderdoen voor de nazipraktijken die in Breendonk I aan de dag werden gelegd. De bewakers, vaak verzetslieden van het laatste uur, mochten met de gevangenen doen wat ze wilden. Ze werden geslagen, geschopt en vernederd. Er werd gedreigd met executies. De vrouwelijke gevangenen werden kaalgeschoren, ontkleed, met hakenkruisen beschilderd en seksueel mishandeld. Paul Lévy, een van de gevangenen van Breendonk I, verklaarde na één van zijn bezoeken aan het fort tijdens de repressie dat de gevangenen van Breendonk II op dezelfde manier werden behandeld als die van Breendonk I door de nazi’s. Ook het leed van deze, vaak willekeurig opgesloten, mensen mag niet vergeten worden.

 

Geachte heer schepen,

 

Graag een antwoord op de volgende vragen:

 


  1. Zullen behalve de concentratiekampen en de deportaties onder nationaal-socialistisch bewind in de periode 1933-1945 ook de concentratiekampen en deportaties in de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in de tentoonstelling aan bod komen?

  2. Zal er behalve aan de Holocaust (Joden) en de Porajmos/Samudaripen (zigeuners: Roma en Sinti) ook aandacht besteed worden aan andere genocides zoals de Holodomor (de ‘Oekraïense  holocaust’, zes miljoen slachtoffers), de Armeense genocide, de genocides in Centraal-Afrika enz.?

  3. Zal er eveneens aandacht besteed worden aan de interneringskampen tijdens de naoorlogse repressie?


Werner Somers
Gemeenteraadslid


Categorie:   


Wil u ook een webstek als deze voor uw afdeling, district, koepel of regio?