www.vlaamsbelang.org  www.vlaamsbelangvlaamsparlement.be  www.vlaamsbelangkamerfractie.be   www.vlaamsbelangsenaat.be   www.vlaamsbelangeuropa.be
  Afdeling Vlaams Belang Ninove
Actualiteit Wie is wie? Initiatieven Publicaties
Actualiteit
Initiatieven dinsdag 06 januari 2009

« 24.12.2008 »
Prettige feestdagen en een gelukkig 2009 !
Het Vlaams Belang - afdeling Ninove wenst alle leden en sympathisanten een prettig jaareinde, een gelukkig en vooral gezond 2009  !!!

de voorzitter...
  • Lees meer



  • « 18.10.2008 »
    Windenergie !
        Windturbines JA , maar op het NIEUWE industrieterrein.     Vlaams Belang Ninove steunt het actiecomité dat zich verzet tegen de bouw van minstens vier windturbines op het indust...
  • Lees meer


  • Gemeenteraad

    Tussenkomst beleidsnota 2008-2012

    31.01.2008 • De lang verwachte beleidsnota voor deze bestuursperiode is eindelijk een feit. Eerlijk gezegd bevat de inhoud ervan maar weinig verrassingen. Het gaat dan ook grotendeels om het bijeen schrijven, om een compilatie van de hoofdlijnen van reeds bestaande beleidsplannen zoals het cultuurbeleidsplan, het sportbeleidsplan en dergelijke meer. Men kan zich de vraag stellen waarom we hierop zo lang hebben moeten wachten. Deze beleidsnota bevat uiteraard heel wat positieve zaken waarover we het waarschijnlijk allemaal eens zijn. Waaraan het echter in dit document ontbreekt, is een duidelijke en coherente visie op waar men met deze stad naartoe wil. Hoe wil men zich als stad profileren? Wat zijn de strategische prioriteiten voor de komende jaren? Waar willen we in 2013 staan? Op dat soort vragen biedt de beleidsnota geen of onvoldoende antwoord. Ik zal hierna op een aantal deelgebieden wat nader ingaan.

    In het hoofdstuk ‘openbare werken’ lezen we dat het college van burgemeester en schepenen elk jaar een lijst zal vaststellen van de te herstellen wegen en voetpaden. De gemeenteraad zal na goedkeuring van deze lijst ‘in kennis gesteld worden’. Ik blijf het betreuren dat er geen meerjarenplan wordt opgemaakt, een rollend investeringsprogramma voor de volledige bestuursperiode, dat uiteraard waar nodig jaarlijks kan bijgestuurd worden. Dat meerjarenprogramma zou door de gemeenteraad, toch nog altijd het hoogste gemeentelijke orgaan, moeten goedgekeurd worden. Zonder een dergelijk meerjarenplan, dat wordt gebaseerd op min of meer objectieve criteria en vooraf wordt besproken en goedgekeurd door de gemeenteraad, is het budget voor wegenwerken teveel een speeltuin voor het college van burgemeester en schepenen en dreigt het gevaar van een ad hoc aanpak in plaats van een langetermijnvisie. Er worden enkele projecten opgesomd m.b.t. prioritair te realiseren fietspaden. Het is echter onduidelijk welke criteria men hanteert om tot deze prioriteitsbepaling te komen. Er zijn immers nog enkele andere mogelijke projecten op dit vlak die minstens zo belangrijk zijn. Ik lees verder dat men sancties wil opleggen aan de nutsmaatschappijen bij regelmatig terugkerende slechte en onaanvaardbare herstellingen. Onze fractie is daar een groot voorstander van, want er loopt op dat vlak heel wat mis. Men zal dan ook een ambtenaar moeten aanstellen die niets anders doet dan dit soort herstellingen op hun deugdelijkheid te controleren.

    Inzake mobiliteit en verkeersveiligheid verwijst men naar de ‘verdere realisatie’ van het mobiliteitsplan. Ik heb echter niet de indruk dat er van dat mobiliteitsplan, dat ondertussen al van 2004 dateert, reeds veel gerealiseerd is. Voor heel wat maatregelen is de in het mobiliteitsplan voorziene uitvoeringstermijn reeds ruimschoots overschreden. Op dit ogenblik is er op geen enkele wijze voorzien in een opvolging van de implementatie van het mobiliteitsplan. Er bestaat geen meetsysteem voor de verschillende doelstellingen van het plan. Waar men bovendien met geen woord over rept, is de noodzaak om het bestaande mobiliteitsplan te actualiseren. Heel wat maatregelen die in het plan zijn opgenomen, stroken immers niet langer met de huidige visie van het stadsbestuur, bijvoorbeeld de vrije busbanen op de N8 of het verkeersvrij maken van het stadscentrum. Het doet ook nogal potsierlijk aan dat men slechts twee aspecten van het mobiliteitsplan met zoveel woorden vermeldt, namelijk de optimalisatie van de wegsignalisatie en de vernieuwing en bijplaatsing van schuilhuisjes. Hoe belangrijk dat ook mag zijn, het mobiliteitsbeleid draait toch om heel wat meer dan die twee zaken. En om dat te bedenken hebben we toch geen mobiliteitsplan nodig van 75.000 euro. Men verwacht nu alle heil van de aanwerving van een mobiliteitsambtenaar. Het is spijtig dat die mobiliteitsambtenaar niet reeds veel eerder werd aangeworven, want hij zal ongetwijfeld zorgen voor de inbreng van verkeersdeskundigheid. Hij kan wel ideeën aanreiken, maar de uiteindelijke beleidsvorming en de ontwikkeling van een visie zal van het schepencollege moeten komen, die de mobiliteitsambtenaar beleidsmatig zal moeten aansturen. Als men de mobiliteitsambtenaar zomaar wat laat uitdokteren en achteraf komt er weinig of niets van terecht omdat het schepencollege er een andere visie op nahoudt, dreigt deze man of vrouw binnen de kortste keren gedemotiveerd en gefrustreerd te geraken. Het is positief dat men aandacht besteedt aan de verkeersveiligheid van de schoolomgevingen, ook wat de scholen betreft die in de nabijheid van gewestwegen gelegen zijn. In het algemeen moet de stad trouwens de rol op zich nemen van regisseur van het verkeersveiligheidsbeleid op het grondgebied van Ninove, of het nu gaat om gemeentewegen of om gewestwegen. De belangen van Ninove op dat vlak moeten actief en op structurele basis verdedigd worden bij de gewestelijke wegbeheerder. Verschillende modules bij het mobiliteitsconvenant bieden mogelijkheden om de verkeersveiligheid op en rond de gewestwegen te verbeteren. Ik heb hier vorige maand bijvoorbeeld nog aandacht gevraagd voor de veiligheid van de oversteekplaatsen op de gewestwegen. Die problematiek beperkt zich overigens niet tot de schoolomgevingen.

    Het hoofdstuk ‘ruimtelijke ordening’ bestaat bijna uitsluitend in een stand van zaken m.b.t. de vijf voorwaarden om zelfstandig vergunningen te mogen afhandelen. In feite moest Ninove reeds op 1 mei 2007 aan deze vijf voorwaarden voldoen. Zonder overdrijving kunnen we stellen dat Ninove behoort tot de slechtste leerlingen van de klas. Niet minder dan 240 Vlaamse gemeenten hebben reeds twee of meer voorwaarden vervuld en doen het daarmee beter dan Ninove, dat slechts voldoet aan het criterium dat het over een stedenbouwkundige ambtenaar beschikt. Met de opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, de belangrijkste van de vijf voorwaarden, is men reeds in 1996 begonnen en we wachten nog steeds op een definitief voorontwerp. Inmiddels zijn de gegevens waarop het voorontwerp van 2003 gebaseerd was, zodanig verouderd dat het voor een groot deel moest herschreven worden. Het totale kostenplaatje dat aan de opmaak van het structuurplan is verbonden, is opgelopen tot bijna 300.000 euro. Er is nu sprake van een derde voorontwerp waaraan de laatste hand zou gelegd worden. Er is dus blijkbaar ook een tweede voorontwerp geweest. De eerste versie van november 2003 is de enige die ooit aan de gemeenteraad werd voorgesteld. Men is al meer dan tien jaar met het structuurplan bezig en de gemeenteraad wordt nauwelijks betrokken bij de totstandkoming van wat ongetwijfeld het belangrijkste beleidsdocument wordt voor de komende jaren. Het Vlaams Belang dringt er al jaren op aan dat de gemeenteraad op een regelmatige wijze bij het structuurplanningsproces betrokken wordt. Ik maak mij echter weinig illusies en waarschijnlijk zullen we het uiteindelijke voorontwerp pas onder ogen krijgen een week voor de gemeenteraadszitting waarop het moet goedgekeurd worden. Ik zou graag van het college vernemen wanneer het voorontwerp aan de gemeenteraad ter goedkeuring zou worden voorgelegd. Ik begrijp dat men dat niet op één maand na kan zeggen, maar men moet op zijn minst toch een uiterste termijn kunnen aangeven. Anders zal er op het einde van de bestuursperiode nog geen structuurplan zijn. Op 9 oktober 2002 vroeg het provinciebestuur aan de stad Ninove een inschatting van de timing. Het college van burgemeester en schepenen gaf toen aan dat de definitieve vaststelling voor het najaar van 2003 was. In een document dat dateert van 19 januari 2007 en dat werd opgesteld door de Studiegroep Omgeving, werd de definitieve vaststelling voorzien voor juli 2008. Daarbij ging men er wel vanuit dat het structuurplan voorlopig zou kunnen worden vastgesteld tijdens de gemeenteraadszitting van december 2007. Zover zijn we echter nog niet. Het voorontwerp, waarvan blijkbaar alleen nog maar ‘de grote lijnen zijn uitgezet en goed bevonden’, moet eerst nog worden besproken met de hogere overheden. Volgens de timing die destijds door Studiegroep Omgeving werd opgemaakt, is ongeveer een half jaar nodig voor het structureel overleg, de plenaire vergadering en de verwerking van de opmerkingen van de plenaire vergadering. Stel dat men erin slaagt om tegen 1 oktober aan de gemeenteraad een definitief ontwerp voor te leggen, dan moeten na de voorlopige vaststelling door de raad nog allerlei andere procedurestappen genomen worden, waardoor we in het beste geval tegen oktober 2009 over een goedgekeurd structuurplan zullen beschikken. Na 1 mei 2008 kunnen er geen BPA’s meer worden aangenomen die afwijken van het gewestplan, terwijl men geen ruimtelijke uitvoeringsplannen kan opmaken zolang Ninove niet beschikt over een structuurplan. In de tussentijd wordt het beleid inzake ruimtelijke ordening uiteraard aanzienlijk gehypothekeerd. Niet alleen had ik graag vernomen wanneer het structuurplan er zal zijn, ook zou ik graag van het college horen wanneer Ninove aan alle vijf de voorwaarden zal voldoen en vanaf wanneer Ninove dus zelfstandig vergunningen zal mogen afleveren. Hoe zit het met het plannenregister, het vergunningenregister en het register van onbebouwde percelen. De beleidsnota maakt ons wat dat betreft niet veel wijzer.

    Verder had ik graag vernomen wat precies wordt bedoeld met het ‘afwerken van wachtgevels in agrarisch gebied’. Bedoelt men daarmee dat de betreffende gevels bijvoorbeeld kunnen voorzien worden van vensteropeningen of zal het mogelijk worden om een woning aan te bouwen tegen deze wachtgevels, hetgeen oorspronkelijk de bedoeling was, ongeacht de ligging van het perceel in agrarisch gebied. Ik hoop dat het laatste het geval is, zeker wanneer het gaat om gronden die als bouwgrond zijn gekocht en nadien getroffen werden door de afschaffing van de opvulregel. Dat is ook de beste oplossing uit esthetisch oogpunt.

    Wat het RUP ‘zonevreemde woningen’ betreft, zou de voorstudie tegen maart 2008 moeten voltooid zijn. Daarin zou voorzien worden in een afwegingskader m.b.t. de ontwikkelingsmogelijkheden. Het Vlaams Belang is voorstander van het zoveel mogelijk herbestemmen van de percelen met zonevreemde woningen tot woongebied, in het bijzonder wanneer het gaat om woningen die dateren van voor de gewestplannen of om woningen die regelmatig vergund zijn overeenkomstig de reglementering die ten tijde van de vergunningverlening van kracht was. Slechts wanneer er sprake is van manifest onwettige vergunningen, waarvan de onwettigheid zo flagrant is dat de eigenaar zich van dit onwettige karakter moet bewust geweest zijn, moet herbestemming uitgesloten worden. Wat voor ons in ieder geval onaanvaardbaar is, is dat afbreuk zou gedaan worden aan de basisrechten die momenteel voorzien zijn in de decretale overgangsregeling, de fameuze artikelen 145 en 145 bis van het decreet ruimtelijke ordening. Minister van Mechelen heeft herhaaldelijk benadrukt dat in principe het decretaal uitgewerkte regime als een minimumregime moet beschouwd worden. Slechts in zeer specifieke gevallen zijn geringe beperkingen toegelaten. In het voorontwerp van 2003 staat echter te lezen dat men in bepaalde gebieden strenger wil zijn dan decretaal bepaald. Wat het RUP ‘zonevreemde bedrijven’ betreft, zou een infoavond georganiseerd worden. Dat werd ook al aangekondigd aan het begin van de vorige bestuursperiode en toen is daar niets van terecht gekomen. Opdat een dergelijke infoavond zinvol is, zal men bovendien alle zonevreemde bedrijven moeten aanschrijven, wat natuurlijk veronderstelt dat men die zonevreemde bedrijven allemaal kent. Dat was tot voor kort niet het geval, want er werd gewerkt met een indicatieve lijst op basis van klachten of informatie van bedrijven die zelf te kennen gaven problemen op dit vlak te ondervinden. De vraag is verder of de 3,5 ha uitbreiding van de KMO-zone langs de Kapittelstraat zal volstaan voor de herlokalisatie van de zonevreemde bedrijven die niet kunnen herbestemd worden. Wat gaat men doen wanneer dit niet volstaat? Kunnen deze bedrijven dan terecht op het nieuwe industriegebied langs de N45? Is er rekening gehouden met bedrijven die momenteel niet zonevreemd zijn, maar willen uitbreiden en daardoor gedeeltelijk zonevreemd zouden worden? Wat mij eveneens opvalt, is dat in het hoofdstuk ‘Patrimonium’ m.b.t. de uitbreiding van de KMO-zone te Appelterre/Voorde geen sprake is van een voorrangsbeleid voor te herlokaliseren bedrijven, maar slechts van kleine ondernemingen in het algemeen.

    Daarmee zijn we aanbeland bij het hoofdstuk ‘patrimonium’. Daarin wordt onder meer aandacht besteed aan de restauratie van het Oud Stadhuis, de Koepoort en de huisjes naast de abdijkerk. Dit zijn allemaal dossiers die al een aantal bestuursperiodes aanslepen. De restauratie van de Koepoort is pas voorzien voor 2010, terwijl toch werd verteld dat het restauratiedossier zo goed als klaar was. Vanwaar dit uitstel? En dreigt de toestand daardoor niet verder te verslechteren met extra kosten tot gevolg? Voor de renovatie van het Oud Stadhuis zijn voor 2008 wel middelen vrijgemaakt, terwijl de inrichting voor 2009 is voorzien. Het Oud Stadhuis zal dus eerder in gebruik kunnen genomen worden dan het toeristisch infokantoor langs de Dender, waarvan de bouw en inrichting voor 2010 is gepland. En dat terwijl het argument bij uitstek om de toeristische dienst onder te brengen op de site van het boothuis was dat het Oud Stadhuis, waar volgens onze fractie de toeristische dienst had thuisgehoord, niet tijdig zou klaar zijn. Wat de huisjes op het Kerkplein betreft, waar men een abdijmuseum wil inrichten, was de restauratie en inrichting in een financieel meerjarenplan dat door deze gemeenteraad in 2001 werd goedgekeurd, reeds voorzien voor 2004. In het hoofdstuk ‘Patrimonium’ is eveneens sprake van het BPA Burchtdam en van een nieuw stadspark dat in dat gebied zou aangelegd worden. Dit blijft allemaal nogal vaag en ik herhaal mijn vraag wat de financiële weerslag daarvan zou zijn op de personeelskosten, want zonder personeelsuitbreiding van de groendienst kan men onmogelijk dat tweede park onderhouden. Verder lees ik dat het gebied tussen de Burchtstraat en de Kaaischoolstraat op stedenbouwkundig vlak zal herontwikkeld worden. Hoe men dat concreet ziet, is niet duidelijk. Er is zelfs geen aanzet tot wat als een begin van een visie zou kunnen beschouwd worden.

    Aan de hoofdstukken ‘economische zaken’ en ‘middenstand’ wordt samen slechts één bladzijde besteed, waar we niet veel meer lezen dan wat gemeenplaatsen. Toch wel opmerkelijk voor een schepencollege waarin nu zelfs twee liberale partijen zitting hebben. Het Vlaams Belang blijft aandacht vragen voor een betere gemeentelijke dienstverlening voor zelfstandigen. We zijn voorstander van de uitbouw van een volwaardige Dienst Lokale Economie. Tevens blijven we ijveren voor de inrichting van een KMO-loket als centraal aanspreekpunt. Wat dat laatste betreft, werd een voorstel van mij enkele jaren gelden met eenparigheid van stemmen door de gemeenteraad aangenomen. Het is echter nog altijd wachten op een dergelijk KMO-loket. Verder willen wij het vrij ondernemerschap aanmoedigen, onder meer door beginnende zelfstandigen de eerste drie jaar vrij te stellen van de Algemene Gemeentelijke Heffing. Wat ik in de beleidsnota eveneens mis, is een langetermijnvisie op de commerciële ontwikkeling van Ninove. Een strategisch commercieel plan zou een stap in de goede richting zijn.

    Wat tenslotte cultuur betreft, worden een aantal nota’s in het vooruitzicht gesteld, onder meer met betrekking tot een locatie voor het onderbrengen van het historisch archief. Deze nota zou in 2009 klaar zijn. In 2009 of 2010 zou eveneens een ontwerp van erfgoedbeleidsnota tot stand komen. Hopelijk zullen deze termijnen strikt worden nageleefd en zal het niet gaan zoals met het structuurplan. Het feit dat er een prioriteitenlijst zal opgesteld worden van semi-publieke en private waardevolle gebouwen, dus van niet beschermde waardevolle gebouwen, valt toe te juichen, zowel met het oog op de rechtszekerheid voor de eigenaars als met het oog op de vrijwaring van deze gebouwen. Deze doeleinden kunnen echter maar gerealiseerd worden als er duidelijke voorschriften aan deze lijst verbonden worden. Die voorschriften kunnen het best uitgewerkt worden in een stedenbouwkundige verordening. Het moet dan wel gaan om echt waardevolle gebouwen waarvoor een breed draagvlak bestaat bij de Ninoofse bevolking. In het hoofdstuk ‘cultuur’ is eveneens sprake van de ontwikkeling en bestendiging van structurele stedenbanden. Ik lees dat de band met het Hongaarse stad Deszk zal worden behouden en versterkt. Ik betreur echter dat deze band nooit geofficialiseerd werd. Van een echte jumelage is eigenlijk geen sprake. Er werd bijvoorbeeld nooit een besluit door de gemeenteraad genomen. Op een dag hebben we dit kunnen lezen in de krant. Er zijn ook nooit duidelijke afspraken gemaakt over de financiële aspecten van deze stedenband. Ik hoop dan ook dat bij het aangaan van nieuwe stedenbanden op een meer systematische wijze zal tewerk gegaan worden. Als men dergelijke stedenbanden enigszins ernstig wil nemen, kan men dit toch niet als een aangelegenheid van dagelijks bestuur beschouwen. Wanneer nieuwe stedenbanden aangegaan worden, kan best ook de bestaande band met Deszk officieel bekrachtigd worden. Ook is het van belang dat er een aantal criteria worden vastgesteld op basis waarvan de bijkomende partnersteden zullen geselecteerd worden. Daartoe wordt best een werkgroep opgericht die zodanig is samengesteld dat het draagvlak voor de partnerschappen zo breed mogelijk is. Een belangrijk criterium is mijns inziens dat in eerste instantie stedenbanden moeten ontwikkeld worden met steden uit gebieden waarmee Ninove of bij uitbreiding Vlaanderen historische banden heeft gehad. Ik denk in de eerste plaats aan Nederland gezien de taalkundige en culturele verwantschap en de gemeenschappelijke geschiedenis. Tijdens de winter van 1944-1945 verbleven hier overigens nogal wat mensen uit Groesbeek, een stad met momenteel bijna 19.000 inwoners in de buurt van Nijmegen die volledig geëvacueerd werd ingevolge een ultiem Duits tegenoffensief. De évacués kwamen onder meer in Meerbeke, Denderwindeke en Aspelare terecht. In de buurt van Groesbeek bevindt zich overigens het dorpje Nederasselt. Verder is Groesbeek evenals Ninove een carnavalsstad is. Het wordt ook wel het ‘Keulen van Gelderland’ genoemd. Er kan ook gedacht worden – ik heb trouwens enkele jaren geleden al een voorstel in die zin gedaan - aan het aangaan van een partnerschap met een stad uit de streek Fläming dat zich uitstrekt over delen van de oostelijke Duitse deelstaten Sachsen-Anhalt en Brandenburg en met Wittenberg, de stad van Luther, als belangrijkste stad. Na de stichting van de Mark Brandenburg in 1157 trokken in groten getale Vlamingen naar dit gebied, waarop zij een blijvende stempel drukten en waaraan zij zijn naam gaven. Tal van toponiemen in de Fläming verwijzen naar Vlaamse plaatsnamen en het dialect, dat ‘flämingisch’ genoemd wordt, bevat nog steeds veel Nederlandse elementen. Enkele jaren gelden werd de vereniging Fläming-Flandern opgericht om deze historische banden weer aan te halen. De bedoeling is om op allerhande terreinen betrekkingen tot stand te brengen tussen de Fläming en Vlaanderen, onder meer in de vorm van stedenbanden. Ik er zou er dan ook willen op aandringen dit voorstel nog eens ernstig te overwegen.






    Werner Somers
    Gemeenteraadslid



    Start    Actualiteit   Wie is wie?   Initiatieven   Publicaties   Fotogalerij   Kalender   Andere sites   Contact
       © 2004-2009 Vlaams Belang Afdeling Vlaams Belang Ninove Wil u ook een webstek als deze voor uw afdeling, district of regio?