Initiatieven
Tussenkomst sectorale BPA's zonevreemde woningen en bedrijven
Gemeenteraad
20 december 2006
Het Vlaams Belang is uiteraard tevreden dat er eindelijk een initiatief genomen wordt om een oplossing uit te werken voor de zonevreemde woningen en bedrijven. Wij dringen daar al lang op aan en zijn in principe voorstander van het zone-eigen maken van de zonevreemde woningen en bedrijven door middel van de nodige bestemmingswijzigingen, zeker wanneer het gebouwen betreft die reeds bestonden vóór de goedkeuring van het Gewestplan. We mogen niet vergeten dat het hier gaat om vergunde gebouwen en niet om illegale bouwsels. Bovendien zal men de zonevreemde woningen nodig hebben om te voldoen aan de woningbehoeften. Als ik in de voorlopige versie van het voorontwerp van Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (GRS) lees dat in de deelgemeenten het huidige aanbod volstaat om aan de behoeften te voldoen, vraag ik mij af of men daarbij met de zonevreemde woningen heeft rekening gehouden.
Het is betreurenswaardig dat we nog steeds niet beschikken over een GRS. Dat GRS zou de globale visie op de problematiek van de zonevreemde woningen en bedrijven moeten bevatten, hetgeen vervolgens nader dient uitgewerkt te worden in een sectoraal Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP). Met dat GRS staan we echter nog nergens. Wat men nu doet, is in feite noodgedwongen de kar voor het paard spannen. Er wordt in het bestek nog steeds verwezen naar een zogenaamd voorontwerp van november 2003. U hoort het goed: november 2003, dus meer dan drie jaar geleden! En we zijn er nog bijlange niet. De Gemeenteraad moet het ontwerp van GRS, na advies van de GECORO, voorlopig vaststellen. Vervolgens moet binnen de dertig dagen een openbaar onderzoek aangekondigd worden. Het openbaar onderzoek zelf duurt negentig dagen. Gedurende die termijn moeten er ook informatie- en inspraakvergaderingen plaats vinden en moeten de nodige adviezen ingewonnen worden. Binnen de zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek moet de GECORO een advies uitbrengen. De adviestermijn kan gemotiveerd verlengd worden met nog eens zestig dagen. Binnen de 210 dagen na de begindatum van het openbaar onderzoek moet de Gemeenteraad overgaan tot de definitieve vaststelling van het GRS, in geval van verlenging van de adviestermijn binnen de 270 dagen. Het door de Gemeenteraad definitief vastgestelde structuurplan moet binnen de dertig dagen aan de bestendige deputatie en de Vlaamse regering betekend worden. De bestendige deputatie en de Vlaamse regering beslissen binnen de zestig dagen na de ontvangst om het plan al dan niet goed te keuren.
We moeten er dus rekening mee houden dat er nog ongeveer een jaar verloopt tussen de voorlopige vaststelling van het structuurplan en het ogenblik waarop we over een goedgekeurd structuurplan beschikken, als alles tenminste goed gaat. Vóór 2008 lukt dat dus zeker niet meer. Het ziet er trouwens naar uit dat het voorontwerp van november 2003 grotendeels herschreven zal moeten worden, aangezien heel wat cijfermateriaal en prognoses inmiddels compleet achterhaald zijn. De stedenbouwkundige ambtenaar maakte tijdens een van de laatste vergaderingen van de GECORO in verband daarmee gewag van een herstartnota of iets dergelijks om het structuurplanningproces opnieuw op de rails te zetten. We beschikken ook nog steeds niet over een plannenregister, een vergunningenregister en een register van onbebouwde percelen, andere voorwaarden waaraan een gemeente moet voldoen om zelfstandig vergunningen te kunnen afleveren. Het wordt tijd dat er klare wijn geschonken wordt met betrekking tot de vraag hoever we met dat alles staan. Vóór 1 mei 2007 moeten de gemeenten immers aan de vijf zogenaamde ontvoogdingsvoorwaarden voldoen. Zoniet dreigen we inzake ruimtelijke ordening onder de voogdij van de hogere overheid gesteld te worden. De termijn werd overigens al eens met twee jaar verlengd.
Zowel in het bestek voor het sectorale BPA zonevreemde bedrijven als in het bestek voor het sectorale BPA zonevreemde woningen wordt gesteld dat het BPA zich volledig zal richten naar de meest actuele stand van zaken van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan. Er wordt uitdrukkelijk verwezen naar het voorontwerp van november 2003. Dat roept bij mij toch wat vragen op. Wat de zonevreemde woningen betreft, lees ik immers op p. 151 van het voorontwerp dat er in een aantal gebieden een strenger beleid zal gevoerd worden dan decretaal bepaald. Het gaat onder meer om de zogenaamde complexe gave landschappen. In het bindende gedeelte wordt op p. 181 een opsomming gegeven van de gebieden die minimaal als complex gaaf landschap zullen afgebakend worden. In een aantal van deze gebieden bevinden zich nogal wat zonevreemde woningen. Het gaat onder meer om gedeelten van Meerbeke, Denderwindeke, Neigem en Aspelare. Wat bijvoorbeeld Aspelare betreft, gaat het om het gehele gebied dat wordt begrensd door de Brakelsesteenweg, de Geraardsbergsesteenweg en de gemeentegrens. Alleen al in dit gebied bevinden er zich tussen de 50 en de 60 zonevreemde woningen.
Het Vlaams Belang is voor een globale aanpak van de problematiek van de zonevreemde woningen door middel van sectorale BPA’s of RUP’s, maar wel op voorwaarde dat geen afbreuk wordt gedaan aan de decretale basisrechten die thans zijn vervat in artikel 145bis van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. Het zou toch al te gek zijn dat eigenaren van zonevreemde woningen beter af zouden zijn zonder sectoraal BPA of RUP. In een brief aan het schepencollege van 24 juni 2005 herinnert minister Van Mechelen er overigens aan dat in principe het decretaal uitgewerkte regime als minimumregime moet beschouwd worden. Ik stel dan ook voor om in het bestek naar dat uitgangspunt te verwijzen
Wat wordt overigens bedoeld met ‘strenger dan decretaal bepaald’? Op die vraag kregen we tot nog toe geen antwoord en ook de Afdeling Ruimtelijke Planning wierp deze vraag reeds meermaals op. Zij merkte in een eerste advies van 15 september 2003 op dat de gemeentelijke visie inzake zonevreemde woningen en bedrijven onduidelijk is. Er wordt immers verwezen naar deelgebieden die niet eenduidig bepaald zijn. De Afdeling wees er ook op dat in het voorontwerp van GRS concrete uitspraken over bedrijven gedaan worden en was van mening dat zoiets niet aangewezen is. Concrete uitspraken horen thuis in een uitvoeringsplan. Het GRS moet wel het afwegingskader voor de zonevreemde woningen en bedrijven bevatten. Deze kritiek wordt in iets andere bewoordingen herhaald in een advies van 30 juni 2004: “Nog steeds is het gemeentelijk beleid ten aanzien van zonevreemde woningen en zonevreemde bedrijven niet eenduidig bepaald. Welke zijn concreet die gebieden waar een strenger beleid zal worden gevoerd? Wat verstaat men onder strenger beleid?”
Meneer de schepen, ik had graag vernomen:
- hoe men het verdere verloop van het structuurplanningproces ziet?;
- op welke wijze de gemeenteraad daarbij zal betrokken worden?;
- in hoeverre het voorontwerp GRS van november 2003 richtinggevend is bij de opmaak van de sectorale BPA’s?;
- of men vasthoudt aan het voornemen om in bepaalde gebieden een strenger beleid te voeren dan decretaal bepaald, wat dat strenger beleid concreet inhoudt en waar het zal gelden?
Werner Somers
Gemeenteraadslid
Categorie: