Initiatieven
Interpellatie BPA Denderhoutembaan
Gemeenteraad
20 mei 2006
Op 6 april jl. nam Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen een besluit houdende de niet-goedkeuring van het gewijzigde BPA Denderhoutembaan, dat door de gemeenteraad definitief werd aangenomen bij beslissing van 24 november 2005.
VLD, CD&V en SP.a besloten toen de negatieve adviezen van de bestendige deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 23 december 2004 en 13 juni 2005 naast zich neer te leggen. Het plan kon volgens de provincie Oost-Vlaanderen niet worden gekwalificeerd als een stedenbouwkundig ontwerp. “Gezien de ondermaatsheid van het plan, de totale afwezigheid van een stedenbouwkundig ontwerp en bijgevolg ook de onmogelijkheid tot het inschatten van de voorschriften kunnen de overgemaakte stukken thans voorlopig enkel ongunstig worden geëvalueerd.” Dat stelde de provincie in haar advies van december 2004. Ook in haar advies van 13 juni 2005 maakte de provincie brandhout van het ontwerp-BPA. De kritiek spitste zich, net als in het vorige advies, toe op het feit dat het voorgelegde bestemmingsplan slechts een uniforme zone aangaf, terwijl de concrete bestemming van de verschillende gebiedsdelen niet nader werd bepaald. Artikel 14 van het decreet ruimtelijke ordening van 1996 schrijft immers voor dat het bijzonder plan van aanleg de gedetailleerde bestemming aangeeft van de gebiedsdelen bestemd voor bewoning, nijverheid, landbouw of enig ander gebruik. Het vastleggen van de concrete inrichting mag niet gedelegeerd worden aan de vergunningverlenende overheid. De bestemming van elk perceel dient duidelijk uit het plan te blijken.
Dat de minister van Ruimtelijke Ordening zijn goedkeuring heeft onthouden aan de wijziging van het BPA Denderhoutembaan kwam dan ook niet uit de lucht vallen. De minister stelt onder meer dat de ruimtelijke benadering in het BPA erg summier is en dat over de wijze van inrichting en inpassing in de omgeving nauwelijks elementen worden aangereikt. Hij stelt zich tevens vragen bij de noodzaak van deze BPA-wijziging, gelet op de doelstellingen van de gemeente. De minister zegt daarover het volgende: “Overwegend dat dit BPA de bestemming van het in 1998 goedgekeurde BPA wijzigt teneinde een gemengd woningbouwproject mogelijk te maken; dat de noodzaak om voor dit doel het bestaand
BPA te wijzigen kan worden betwijfeld omdat het bestaand BPA alsmede de huisvestingswetgeving reeds een gedifferentieerd project toelaten.”
1. Wat zijn de gevolgen van de beslissing van de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening voor het huisvestingsproject ‘BPA Denderhoutembaan’? Is een bijsturing van het project noodzakelijk? Heeft de beslissing een weerslag op de timing inzake de realisatie van het project?
2. Deelt het college de visie van de minister met betrekking tot (het ontbreken van) de noodzaak van een BPA-wijziging?
3. Welk bedrag is de stad Ninove aan erelonen verschuldigd te betalen aan de ontwerper van het gewijzigde BPA, Grontmij V&B nv?
4. Welke stappen zal het college ingevolge het besluit van de minister ondernemen?
Werner Somers
Gemeenteraadslid
Categorie: