Initiatieven

Tussenkomst uitbreiding KMO-zone Kapittelstraat

Gemeenteraad
26 januari 2006

Geachte collega’s,

Iedereen zal het erover eens zijn dat de uitbreiding van de KMO-zone langs de westzijde van de Kapittelstraat een goede zaak is. Het is immers de logica zelve dat een reeds uitgeruste weg optimaal benut wordt.

We moeten echter wel voor ogen houden dat de bijkomende ruimte is bedoeld voor de opvang van zonevreemde bedrijven die niet ter plaatse kunnen blijven waar zij vandaag gevestigd zijn. Hoeveel bedrijven er precies zullen moeten geherlocaliseerd worden en wat de ruimtelijke behoeften van die bedrijven zijn, staat echter niet vast. In de virtuele versie van het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan worden weliswaar 13 bedrijven geselecteerd als zonevreemde bedrijven met mogelijk onverenigbare activiteiten, maar die selectie is naar eigen zeggen slechts indicatief en is onder meer gebaseerd op klachten van omwonenden en moeilijkheden in verband met het verkrijgen van vergunningen. Het gaat dus om een eerste inventarisatie die geen aanspraak kan maken op volledigheid.

De berekening van de behoefte aan grond voor de herlocalisatie van zonevreemde bedrijven in het voorontwerp van ruimtelijk structuurplan is dan ook alles behalve exact. Men gaat uit van de mogelijke herlocalisatie van 5 bedrijven en van een gemiddelde bedrijfsoppervlakte van 0,5 ha zodat de ruimtebehoefte geraamd wordt op ongeveer 2,5 ha. In het richtinggevend gedeelte van het structuurplan is dan weer sprake van een zevental bedrijven dat mogelijk te herlocaliseren is. Dat zou dus neerkomen op ongeveer 3,5 ha. Maar het kan dus evengoed nog meer zijn.

In het gecoördineerde advies van de Afdeling Ruimtelijke Planning en de cel Ruimtelijke Ordening van ROHM Oost-Vlaanderen wordt gesteld dat, gelet op de aangetoonde behoefte aan herlocalisatie van 3,5 ha, met de uitbreiding van de KMO-zone Outer de lokale behoefte als ingevuld kan worden beschouwd. Hopelijk is deze conclusie niet voorbarig en zal dit inderdaad het geval blijken te zijn. Het Vlaams Belang is in beginsel overigens voorstander van een herbestemming zodat het zonevreemde karakter aan de betrokken bedrijven wordt ontnomen.

Afgezien daarvan had ik graag een antwoord gekregen op de volgende vragen:

1. Welke vorderingen werden inmiddels gemaakt op het vlak van de inventarisatie van zonevreemde bedrijven? Hoeveel zonevreemde bedrijven werden er uiteindelijk in kaart gebracht? Hoeveel daarvan moeten er geherlocaliseerd worden en wat is het ruimtebeslag van die bedrijven?
2. Wat zijn de criteria om te bepalen of een zonevreemd bedrijf al dan niet in zijn bestaande omgeving kan worden ingepast? Met andere woorden: welk afwegingskader wordt er gehanteerd? In dat verband lezen we in het verslag van de plenaire vergadering van 29 juni 2004 over het voorontwerp van structuurplan het volgende: “Een opsomming van de zonevreemde bedrijven is niet noodzakelijk, maar het afwegingskader, wat wel van belang is, is zeer onduidelijk en dient verder gespecifieerd te worden.”
3. Werden de bedrijven die naar alle waarschijnlijkheid moeten geherlocaliseerd worden, daarvan reeds op de hoogte gebracht? In het algemeen beleidsprogramma 2001-2006 wordt gesteld dat er bijzondere aandacht zou uitgaan naar de problematiek van de zonevreemde woningen en bedrijven en dat het stadsbestuur aan de getroffen bevolkingsgroepen interactieve informatie zal verschaffen. Veel heb ik daarvan nog niet gemerkt. Op welke wijze werd dit voornemen de voorbije jaren geconcretiseerd?




Werner Somers
Gemeenteraadslid


Categorie:   


Wil u ook een webstek als deze voor uw afdeling, district, koepel of regio?