Nieuws op www.vlaamsbelang.org

Initiatieven

Tussenkomst statuten cultuurraad

Gemeenteraad
26 januari 2006


Geachte collega’s,

De invoering van de nieuwe statuten van de stedelijke adviesraad voor cultuurbeleid is een echte processie van Echternach. De eerste versie, die in juni vorig jaar aan de gemeenteraad werd voorgeschoteld, was zo abominabel slecht dat men bijna moest bedreven zijn in het ontcijferen van cryptische boodschappen om de nieuwe statuten te kunnen doorgronden. Schepen Van Laethem moest dan ook zijn huiswerk overdoen. Het ontwerp dat een half jaar later voorlag was weliswaar een relatieve verbetering, maar hing eveneens met haken en ogen aaneen. Die tweede versie bevatte nog steeds heel wat tegenstrijdigheden en lacunes. Vandaag zijn we reeds aan de derde versie toe en ook die tekst is geen toonbeeld van duidelijkheid, coherentie en consistentie, kortom van behoorlijke regelgeving, zij het dat de meest flagrante contradicties verdwenen zijn. Overigens is het zo dat de huidige cultuurraad over het laatste ontwerp geen advies heeft uitgebracht, hoewel dat een decretaal vereiste is.

De nieuwe statuten van de stedelijke adviesraad voor cultuurbeleid tellen niet minder dan zestien bladzijden. Dat de nieuwe structuur bijzonder log en complex is, is daar niet vreemd aan. Ik heb bij die nieuwe structuur nogal wat bedenkingen. Het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid voorziet inderdaad in de mogelijkheid van de oprichting van sectorale deelraden, met adviserende bevoegdheid over hun sectorale materie voor de hele gemeente, maar verplicht daar geenszins toe. Het staat nog te bezien of de voordelen van die nieuwe structuur wel opwegen tegen de vele nadelen. Men moet immers een gigantische bureaucratische mallemolen installeren om die nieuwe structuur naar behoren te laten functioneren. Het valt te vrezen dat de stedelijke adviesraad voor cultuurbeleid verwordt tot een ondoorzichtig kluwen waarin een kat haar jongen niet meer terugvindt. Bovendien is het de vraag of aan de adviezen van de afzonderlijke deelraden wel hetzelfde gewicht zal worden toegekend als aan de adviezen van de cultuurraad in zijn huidige vorm. Ik durf het te betwijfelen dat het Ninoofse culturele leven bij deze nieuwe structuur gebaat zal zijn. Er dreigt immers een soort van hokjesmentaliteit te ontstaan, wat de samenhang van het cultuurbeleid in het gedrang zou kunnen brengen. De voordelen die men van de nieuwe stedelijke adviesraad voor cultuurbeleid verwacht, kan men ook bereiken door de cultuurraad in zijn huidige vorm te behouden. Ook zonder de oprichting van een nieuwe logge structuur kan men immers in de schoot van de cultuurraad werkgroepen oprichten die zich over een bepaalde deelgebied buigen. Dat systeem is overigens veel flexibeler dan het werken met vaste sectorale deelraden. Heel die nieuwe structuur lijkt mij eerder een fetisj te zijn dan het ei van Columbus.

Nog afgezien van deze principiële bezwaren wil ik nog wijzen op een aantal tekortkomingen of knelpunten Ik zal mij tot de belangrijkste daarvan beperken:

1. Zo bepaalt het decreet dat, als men kiest voor sectorale deelraden, vertegenwoordigers van elke deelraad daarnaast een overkoepelende gemeentelijke cultuurraad vormen met adviserende bevoegdheid over de grote lijnen van het gemeentelijk cultuurbeleid. De cultuurraad is dus normaal gezien het overkoepelende orgaan, terwijl het in Ninove één van de drie sectorale deelraden is. De overkoepelende cultuurraad wordt dan maar ‘cultuurforum’ genoemd om niet het begrip ‘cultuurraad’ te moeten gebruiken. De gebruikte terminologie is dus niet met het decreet van 13 juli 2001 in overeenstemming;

2. In artikel 13 worden voorwaarden vastgesteld waaronder respectievelijk verenigingen met vrijwilligerswerking, verenigingen en instellingen met beroepskrachten en deskundigen deel kunnen uitmaken van de stedelijke adviesraad voor cultuurbeleid en van de onderscheiden deelraden. Dit komt de duidelijkheid alles behalve ten goede. Men moet zich immers door drie bladzijden heen worstelen om zicht te krijgen op de wijze waarop de diverse deelraden samengesteld zijn. Het verdient aanbeveling voor elke deelraad aan te geven aan welke voorwaarden een vereniging of individueel geïnteresseerde moet voldoen om van die specifieke deelraad deel te kunnen uitmaken.;

3. Wat de afgevaardigden van de verenigingen met vrijwilligerswerking betreft, wordt niet bepaald op welke wijze een vereniging een aanvraag kan indienen om deel uit te maken van een sectorale deelraad. Men zegt slechts dat erkende sociaal-culturele verenigingen minstens van de cultuurraad – daarmee bedoelt men dus de deelraad met die benaming – deel moeten uitmaken. Daarna wordt gesteld dat leden van sociaal-culturele verenigingen met een werking in de disciplines erfgoed en/of kunsten eveneens kandidaten kunnen afvaardigen in de deelraden erfgoed en/of kunsten. Het zijn dus niet de verenigingen zelf, maar hun leden die kandidaten kunnen voordragen. Iedereen weet natuurlijk wel wat er bedoeld wordt, maar dergelijke slordigheden zouden toch moeten vermeden worden. Wat de verenigingen en instellingen met beroepskrachten en de deskundigen betreft, wordt de aanvraagprocedure wel geregeld. Misschien zou het beter zijn de aanvraagprocedure voor de drie soorten leden in een algemene bepaling te regelen;


4. In artikel 13 onder C worden de omstandigheden opgesomd waardoor er een einde komt aan het lidmaatschap van een deskundige. Deze wijken af van de omstandigheden die een einde maken aan het mandaat van een afgevaardigde van een vereniging of organisatie. Zo kan een afgevaardigde zijn mandaat verliezen bij vier opeenvolgende afwezigheden. Een deskundige mag echter zo vaak afwezig blijven als hij wil. Ik heb dit vorige keer reeds opgemerkt in de commissie cultuur, maar geen redelijke uitleg voor dat verschil in behandeling gekregen;

5. We komen dan aan het niet onbelangrijke artikel 19, dat de samenstelling van het zogenaamde cultuurforum regelt. Het cultuurforum bestaat uit maximaal 18 leden, waarvan er negen worden afgevaardigd door de sectorale deelraden. Elke deelraad levert drie leden, waaronder de voorzitter van het dagelijks bestuur. De rest van het cultuurforum bestaat uit de vertegenwoordigers van de instellingen, beheersorganen, werkgroepen en raden die geen afgevaardigden hebben in de deelraden en externe deskundigen. Er wordt hier een volstrekt nieuwe categorie geïntroduceerd naast de verenigingen, organisaties, instellingen en deskundigen die deel uitmaken van de sectorale deelraden. Het cultuurforum kan voor maximaal de helft bestaan uit leden die tot deze categorie behoren. Welke instellingen, beheersorganen, werkgroepen en externe deskundigen worden hier precies bedoeld? Waarom kunnen die instellingen trouwens niet gewoon een aanvraag indienen om lid te worden van een sectorale deelraad? Aan welke voorwaarden moeten deze instellingen voldoen? Ik vraag mij af in hoeverre dit in overeenstemming is met het decreet: artikel 57 van het decreet bepaalt immers dat vertegenwoordigers van elke deelraad een overkoepelende cultuurraad vormen met adviserende bevoegdheid over de grote lijnen van het gemeentelijk cultuurbeleid.

6. Om het allemaal nog ingewikkelder te maken, vormen de afgevaardigden van de deelraden de kern van het cultuurforum, die de samenwerking, gezamenlijke thema’s en eventuele gezamenlijke besluitvorming rond bepaalde disciplineoverschrijdende adviezen bespreekt. Naast die kern is er wat men het uitgebreide cultuurforum zou kunnen noemen, dat niet alleen bestaat uit de afgevaardigden van de deelraden, maar ook uit de andere, zeg maar externe, leden. In die samenstelling bespreekt het cultuurforum het algemene cultuurbeleid en bredere culturele thema’s. Het gaat dus om twee verschillende vergaderingen, waarbij het niet steeds duidelijk zal zijn wat waar besproken dient te worden. We hebben dus de algemene vergadering van de cultuurraad, de algemene vergadering van de erfgoedraad, de algemene vergadering van de kunstenraad, het dagelijks bestuur van de cultuurraad, het dagelijks bestuur van de erfgoedraad, het dagelijks bestuur van de kunstenraad en daarbovenop nog eens de kern van het cultuurforum en het cultuurforum in zijn uitgebreide samenstelling: acht organen tegenover twee vandaag, namelijk de algemene vergadering en het dagelijks bestuur van de stedelijke cultuurraad. Misschien is dat alles toch een beetje van het goede teveel voor een stad als Ninove.

Om al deze redenen verdienen de nieuwe statuten van de stedelijke adviesraad voor cultuurbeleid een onvoldoende en zal de Vlaams Belang-fractie deze statuten niet goedkeuren.





Werner Somers
Gemeenteraadslid


Categorie:   


Wil u ook een webstek als deze voor uw afdeling, district, koepel of regio?