« 18.10.2008 » Windenergie ! |
|
|
Windturbines JA , maar op het NIEUWE industrieterrein.
Vlaams Belang Ninove steunt het actiecomité dat zich verzet tegen de bouw van minstens vier windturbines op het indust... |
|
| Lees meer |
|
|
|
Gemeenteraad
Tussenkomst regionaal bedrijventerrein Okegembaan
23.09.2004 • Geachte collega's,
Sta mij toe toch een aantal bedenkingen te formuleren bij de interpellatie van de heer Borremans. Bij het lezen van de vragen kan ik mij immers niet van de indruk ontdoen dat de heer Borremans de laatste maanden op een onbewoond eiland heeft doorgebracht. Dat de heer Borremans niet meteen van alles op de hoogte is, aangezien hij pas in mei van dit jaar de eed als gemeenteraadslid aflegde, daar heb ik alle begrip voor. Ik wil er hem echter wel op wijzen dat er hier tot voor kort iemand anders zat namens zijn partij. Blijkbaar heeft de heer Borremans niet de moeite gedaan om zich bij zijn voorgangster omtrent dit dossier te informeren. Indien hij dat wel had gedaan, had hij immers niet hoeven te vragen of de plannen om een industrieterrein aan te leggen achter de Okegembaan te herleiden zijn tot een wild hersenspinsel, wat de motivatie is van het schepencollege om een nieuw industrieterrein aan te leggen, of men de bedrijvenproblematiek op bovenlokaal niveau besproken heeft en of dit bedrijventerrein nodig is.
Zowel op 12 november 2003 als op 26 april 2004 vonden er vergaderingen plaats waarop alle gemeenteraadsleden, ook het gemeenteraadslid van Groen!, uitgenodigd waren en waarop uitleg werd gegeven over de inhoud van het voorontwerp van Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan. Een van de belangrijkste onderdelen van dit structuurplan betreft de aanleg van een industrieterrein tussen spoorweg en Okegembaan. Bovendien vond er op 24 juni 2004 over hetzelfde structuurplan een hoorzitting plaats waarop de gehele bevolking van Groot-Ninove het recht had aanwezig te zijn. Wie aanwezig was op deze vergaderingen, weet dat het niet gaat om een wild hersenspinsel. Indien u de moeite had gedaan om zich bij mevrouw Steyaert aangaande deze kwestie te informeren, had zij u eveneens kunnen vertellen dat het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan van Oost-Vlaanderen voor Ninove een taakstelling bevat van 30 ha te realiseren bedrijventerreinen tegen 2007. De motivatie van het schepencollege om een industrieterrein aan te leggen is dan ook duidelijk. De vraag of dit bedrijventerrein nodig is, komt niet eens aan de orde, aangezien er geen sprake is van een keuze, maar van een verplichting op bovenlokaal niveau.
De vraag is dan ook niet of er een bedrijventerrein moet komen, maar waar het moet komen. Het Vlaams Blok heeft zich van in den beginne verzet tegen de aanleg van het industrieterrein achter de Okegembaan en geopteerd voor de inplanting langs de N45. De houding van het stadsbestuur wordt ter zake gekenmerkt door een stevige portie dubbelzinnigheid. Schepen Van Eeckhout heeft steeds gezegd dat er geen andere mogelijkheid bestond dan het industrieterrein aan te leggen tussen spoor en Okegembaan. In Het Laatste Nieuws van 30 april 2004 verklaart hij dat het stadsbestuur het nieuwe regionaal bedrijventerrein wou inplanten langs de expresweg Aalst-Ninove, maar dat dit geweigerd werd omdat deze uitbreiding noodzakelijk is binnen het zogenaamde kleinstedelijk gebied Ninove. "Daardoor", aldus schepen Van Eeckhout, "worden we verplicht de nieuwe bedrijven in te planten tussen de woningen op de Okegembaan en de spoorlijn aansluitend op de bedrijvenzone".
Ik zou toch even dieper willen ingaan op deze bewering. Schepen Van Eeckhout haalt hier namelijk twee zaken door elkaar. Hij stelt het in het citaat zo voor alsof de keuze voor de locatie achter de Okegembaan noodzakelijkerwijze voortvloeit uit de inderdaad bestaande verplichting om binnen het kleinstedelijk gebied te blijven en alsof deze verplichting de aanleg langs de expresweg uitsluit. Wat blijkt echter? Schepen Van Eeckhout heeft in een schrijven begin maart van dit jaar aan de Afdeling Ruimtelijke Planning van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap de vraag gesteld of de mogelijkheid bestond "tot inplanten van een industriezone buiten het kleinstedelijk gebied, namelijk langs de expresweg Aalst-Ninove". Gelet op de formulering van de vraag is het dan ook alles behalve verwonderlijk dat het antwoord van de Afdeling Ruimtelijke Planning negatief is. Uit de vraagstelling blijkt immers dat het stadsbestuur er vanuit gaat dat het gebied langs de expresweg geen deel zal uitmaken van het kleinstedelijk gebied Ninove. Dat is ook in overeenstemming met de afbakening van het kleinstedelijk gebied zoals voorgesteld door het stadsbestuur in het voorontwerp van Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan. Het kleinstedelijk gebied wordt zo afgebakend dat de ruimte tussen Okegembaan en spoorweg binnen het kleinstedelijk gebied valt en de locatie langs de N45 erbuiten! Hoe kan men dan tegelijkertijd beweren dat men er alles wil aan doen om bijkomende bedrijfsruimte te creëren langs de expresweg, zoals schepen Van Eeckhout in Het Laatste Nieuws van 8 juli voorspiegelt? In het voorontwerp van ruimtelijk structuurplan, dat pas in april van dit jaar aan de gemeenteraadsleden werd vrijgegeven, maar dat reeds dateert van november 2003, staat letterlijk te lezen dat de gemeente aan de provincie Oost-Vlaanderen voorstelt om het gebied tussen spoorlijn en Okegembaan als regionaal bedrijventerrein te herbestemmen in het kader van het afbakeningsproces voor het kleinstedelijk gebied. Het gaat dus wel degelijk om een bewuste keuze van de gemeente zelf voor deze locatie. Aangezien het voorontwerp, zoals gezegd, dateert van november 2003, is het absurd de zwarte piet door te schuiven naar de provincie. Het klopt dat uiteindelijk de provincie het kleinstedelijk gebied Ninove dient af te bakenen in een Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan, maar de provincieraad heeft pas op 10 maart 2004 het ontwerp van bestek van dit provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan goedgekeurd. Bij mijn weten heeft de provincieraad tot op heden nog altijd geen PRUP tot afbakening van het kleinstedelijk gebied goedgekeurd. Blijkbaar beschikt schepen Van Eeckhout dan ook over een glazen bol, aangezien hij in november van vorig jaar al wist hoe de provincie het kleinstedelijk gebied Ninove zal afbakenen. Als de gemeente zelf voorstelt om het kleinstedelijk gebied op een bepaalde manier af te bakenen, ligt het natuurlijk in de lijn van de verwachtingen dat de provincie in de mate van het mogelijke met dit voorstel rekening zal houden. Men doet dus eigenlijk een voorstel waar men zelf tegen is!
Mijn interpretatie van de feiten wordt volledig bevestigd door een schrijven van de Afdeling Ruimtelijke Planning van 30 juni aan het stadsbestuur naar aanleiding van de plenaire vergadering over het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan die de dag voordien plaats vond. De Afdeling Ruimtelijke Planning zegt het volgende: "Op de vergadering bleek dat de gemeente ondertussen de uitbreiding van het bedrijventerrein op een andere locatie wenst te realiseren, namelijk tussen de N45 en de Aalstersesteenweg. (…). Volgens de door de gemeente gesuggereerde afbakening van het kleinstedelijk gebied behoort het betreffende gebied tot het buitengebied of tot 'de open ruimte structuur die een scherpe grens stelt aan een verdere verstedelijking'" De conclusie van de Afdeling Ruimtelijke Planning luidt dan ook dat de voorgestelde locatie niet past binnen de gewenste ruimtelijke structuur die de gemeente voorstelt.
Op dit ogenblik heerst de grootste verwarring over de vraag waar het nieuwe bedrijventerrein zal ingeplant worden. Men is weliswaar, en hopelijk definitief, omwille van het massale protest van de buurtbewoners afgestapt van de locatie achter de Okegembaan, maar op de GECORO konden we vorige week vernemen dat het eveneens onmogelijk zou zijn het bedrijventerrein in te planten langs de expresweg. Het dossier zit met andere woorden volledig in het slop: de onzekerheid voor de bewoners van de Okegembaan blijft bestaan. Ik ben ervan overtuigd dat, indien het dossier zorgvuldiger was voorbereid en men van in den beginne verschillende scenario's had onderzocht en potentiële locaties had geïnventariseerd, de huidige chaos had kunnen vermeden worden. Schepen Van Eeckhout kan alvast een nieuw hoofdstuk toevoegen aan zijn Grote Blunderboek.
Werner Somers
Gemeenteraadslid
|
|