|
Somers’ gekwebbel en De Guchts vernedering, toen…
Een column door Gerolf Annemans
23.05.2005 •
2. Wel is het nodig nog eens een laatste keer te onderstrepen dat Bart Somers liegt wanneer hij doet alsof er door hem en Stevaert alleen beloofd was om voor BHV hun best te doen bij de Franstaligen en dat – wanneer dat niet lukte – de kous af was. Dat is dus gewoon niet waar. Ik herhaal : niet waar. Tot voor enkele dagen kon u het akkoord met de burgemeesters op de website van Bart Somers er op nalezen. Ik heb met een kopie van de website gezwaaid tijdens het debat in de Zevende Dag. (Gelukkig heb ik die kopie nog want de tekst is weg nu) In het akkoord stond duidelijk dat ze met de burgemeesters overeen kwamen : jullie organiseren braaf de verkiezingen (want dàt was het probleem toen) en wij, paarse politici, wij zetten het op de federale agenda en als dat niet lukt zullen onze fracties in het parlement de splitsing stemmen. Het was niet ingewikkelder dan dat. Al de rest is Somers’ gekwebbel.
3. Het is absoluut niet uit leedvermaak dat ik hier even over het VLD-congres spreek, maar enkel uit politieke interesse en om een opmerking te maken over politiek management. Aan de top van een partij moet het ontstaan van diepe rancunes zoveel mogelijk vermeden worden. Het interview van De Gucht zo vlak voor dit congres mag niet los gezien worden van een gelijkaardig initiatief met name zijn uitval naar Coveliers vlak voor de VLD voorzittersverkiezingen. Die namelijk waar Bart Somers slechts met de hakken over de sloot op het schild kon worden getild, het schild waarvan De Gucht in zijn diepste binnenste altijd is blijven menen dat het zijn en alleen zijn schild was. Die uitval naar Coveliers van De Gucht leverde De Decker toen een wellicht onnoemelijk aantal stemmen op. De beide initiatieven van De Gucht hebben maar één ding gemeen : Somers annex Verhofstadt worden gesaboteerd op een moment dat ze het allerminst kunnen gebruiken. Men ziet niet dadelijk een ander nuttig motief voor het gedrag van De Gucht. De Gucht handelt uit een rancune die niet meer overgaat en waar ik een groot begrip voor heb omdat ik de bron van die rancune van nabij heb zien ontstaan. Ik heb dagenlang vlakbij De Gucht (dat wil zeggen op een halve meter afstand) gezeten in de parlementaire commissie die over het vreemdelingenstemrecht ging. Hij deed daar – met relatief weinig parlementaire ervaring in de Kamer, maar wel bekleed met het toen nog indrukwekkende gezag van partijvoorzitter - zijn best om de VLD in die beschamende episode toch nog het schaamlapje van een soort parlementair verzet te verschaffen zodat ze niet – zoals uiteindelijk is gebeurd - met het politieke onderlichaam bloot zou staan op amper enkele maanden voor de Vlaamse verkiezingen. Dat parlementaire verzet (tot en met het fameuze amendement De Gucht) was natuurlijk dolle pret voor mij want in feite maakte het de VLD-lijdensweg, die niets anders kon zijn dan een lijdensweg, alleen maar veel langer en duidelijker. Toen op den duur Stevaert bijna dol werd omdat het (perceptie-gewijs) niet snel genoeg vooruit ging (deze zakkenwasser zou dat vreemdelingenstemrecht nog liefst achter gesloten deuren hebben behandeld als het had gekund) kwam Verhofstadt onder druk van PS en SPa en hij keilde De Gucht van diens troon. Verhofstadt werd “zoals Blair” partijleider. Ik ga niet in de details van die historie maar het is een breuk geworden die niet meer goed komt. De Guchts ziel worstelt sindsdien tussen zijn onrealistisch verlangen om heel zijn leven minister van Buitenlandse Zaken te blijven en de lust om de VLD van het duo Somers/Verhofstadt te zien ineenschrompelen tot een vrijmetselachtige liberale sokkel van een procent of tien. De vernedering die partijvoorzitter De Gucht toen werd aangedaan werpt nu haar eerste golfjes op het strand van het VLD-congres. De Tsunami is voor later.
4. Een politiek boek dat het lezen waard is is dat van Boudewijn van Houten. (Heel de
intellectueel, het mes in de intelligentsia, uitgeverij Aspect 2004, ISBN 90-5911-130-3.) De titel, de auteur beseft het zelf, is misleidend. Het is geen pleidooi tegen intelligentie maar veeleer tegen de politiek correcte elite. Geen rechts boek op zich maar er ontstaat wel een rechts beeld omdat het één ontmaskering van de zelfvoldaanheid van de elite is en die elite is links. De formule is aantrekkelijk in de vorm van 773 gerangschikte korte bedenkingen , flashes en notities die prikkelen. Ik was het niet met alles eens. Ik hou namelijk wel van bijvoorbeeld Dostoïewski. Maar met de meeste andere notities was ik het volmondig eens. En met een groot aantal heb ik de aandacht van mijn gezinsleden getrokken toen ik er luidkeels mee heb zitten lachen. Ik ga geen voorbeelden geven. Lees en u zal het zich niet beklagen. Ondertussen ben ik zaterdag met mijn zoon de stad in gegaan om er mijn stapeltje zomerse boeken verder aan te vullen. Blanche en Marie van Per Olov Enquist, Italiaanse reis van Goethe, Occidentalisme, het Westen in de ogen van zijn vijanden van Ian Buruma en Avishai Margalit en Willem Elsschot,Mythes bij het leven van Jan Van Hattem. En dat is nog maar het topje van de stapel. De zomer zal van letters gloeien.
|